De Hoge Raad moet zich opnieuw buigen over beslag op digitale gegevensdragers waarop mogelijk notariële geheimhouderinformatie staat. De zaken draaien om de vraag wanneer het verschoningsrecht van een notaris moet wijken voor het belang van de waarheidsvinding.
Het Parket bij de Hoge Raad heeft in twee zaken conclusie genomen over beslag op digitale gegevensdragers in een strafrechtelijk onderzoek rond een notaris en een notarieel medewerker. Dat blijkt uit de recent gepubliceerde conclusies van het Parket bij de Hoge Raad.
De verdenking in het onderliggende onderzoek ziet op overtreding van artikel 16 Wwft en witwassen. De klagers in de cassatiezaken zijn niet de personen op wie die verdenking rechtstreeks is gericht. In een van de zaken gaat het om een notaris die optreedt als waarnemer van het protocol van twee oud-notarissen. In de andere zaak gaat het om een klager die zich eveneens beroept op het notariële verschoningsrecht.
Tweede ronde
De zaken vormen een vervolg op twee beschikkingen van de Hoge Raad van 24 september 2024, ECLI:NL:HR:2024:1290 en ECLI:NL:HR:2024:1291. Daarin vernietigde de Hoge Raad eerdere beslissingen van de rechtbank Amsterdam. Volgens de Hoge Raad had de rechtbank onvoldoende gemotiveerd waarom zich zeer uitzonderlijke omstandigheden voordeden die een doorbreking van het verschoningsrecht van niet-verdachte notarissen konden rechtvaardigen.
De Hoge Raad benadrukte toen dat het enkele feit dat het verschoningsrecht van een verdachte notaris eerder mocht worden doorbroken, niet automatisch voldoende is om ook het verschoningsrecht van andere notarissen te doorbreken. De rechtbank moest zelfstandig onderzoeken of het belang van waarheidsvinding in die afzonderlijke gevallen zwaarder woog dan het verschoningsrecht.
Digitale gegevens
In de nieuwe cassatieronde staat opnieuw centraal hoe moet worden omgegaan met digitale gegevensdragers waarop mogelijk informatie staat die onder het verschoningsrecht valt. Bij grote hoeveelheden digitale bestanden is niet alleen de vraag óf kennisneming is toegestaan, maar ook hoe wordt voorkomen dat vertrouwelijke informatie buiten het strafrechtelijk onderzoek terechtkomt.
De Hoge Raad heeft nog geen uitspraak gedaan in deze tweede cassatieronde. Tot die tijd blijft de vraag open of de rechtbank na terugwijzing voldoende heeft gemotiveerd hoe het notariële verschoningsrecht zich in deze zaken verhoudt tot het strafvorderlijk belang.






