Nieuwe organisatiestructuren? Interessant!
Opent de NOvA de deur voor private financiers? Volgens Marijn Rooijmans biedt de nieuwe visie op organisatiestructuren ondernemende kantoren juist interessante kansen. In zijn column van deze maand legt hij uit waarom.
Na het WODC-rapport en het werk van de commissie-Winter zat het er al een beetje aan te komen dat er iets zou veranderen. Eind september kondigde de NOvA een nieuwe visie aan op organisatiestructuren in de advocatuur. Als volger van dit dossier vond ik die best verrassend. Even kort door de bocht is het idee namelijk dat straks in principe alle kantoorvormen mogen, zolang advocaten zelf de zeggenschap over hun beroepsuitoefening houden.
Nu is dit nog maar een eerste visie, dus het is afwachten hoe de uitwerking is, maar wat mij betreft geeft het wel interessante perspectieven. Ik denk alleen dat die, in ieder geval deels, liggen op een heel ander vlak dan de meesten denken.
Het verhaal achter deze koerswijziging wordt vooral gekoppeld aan toegang tot het recht en over de forse investeringen in technologie waarmee kantoren zich geconfronteerd zien. In gesprekken gaat het dan al vrij snel over private investeerders die, net als in de accountancy en zorg, zich zouden inkopen in bestaande kantoren. En is men niet beducht voor die barbarians at the gate, dan gaat het over Deloitte en andere accountants die eigen advocatenkantoren zouden gaan beginnen.
Mijn beeld daarbij beschreef ik hier al in mei. Ik moet nog maar zien hoeveel goed verdienende partners hun autonomie gaan inleveren voor het geld van een investeerder.
Nee, wat ik aan deze nieuwe visie veel interessanter vind dan het binnenlaten van extern geld, is dat dezelfde aanpassing ook een deur open zet voor advocatenkantoren zelf. Als ik goed lees ontstaat er namelijk hiermee ook ruimte voor kantoren om zelf nieuwe activiteiten te ontplooien, om bedrijven naast hun bestaande advocatenpraktijk op te zetten of over te nemen.
Nu zie ik veel advocaten denken: huh, waarom zouden we dat moeten willen?
Nou, omdat je als kantoor op een enorme pot ongerealiseerde waarde zit. Het lastigste deel van het succesvol maken van bedrijven is namelijk het vinden van klanten die jou vertrouwen. Laat dat nou net iets zijn wat goede advocatenkantoren al hebben! De general counsel die jouw kantoor al jaren belt voor elk geschil of overname, koopt graag ook het flankerende cyberonderzoek, een AI-implementatie, een permanent up-to-date gehouden compliance-tool, of een interim-jurist bij jullie. Veel liever dan dat hij of zij daarvoor de markt op moet om zaken te doen met een onbekende.
Dat potentieel is tot nu toe onbenut, want kantoren verkopen alleen de uren van hun eigen advocaten. Dat afrekenmodel kan met technologie wat gaan schuiven, maar er zit per definitie een plafond aan wat je aan een cliënt kunt verdienen met advocatendiensten. Stel je voor dat jullie kantoor ook de flankerende diensten en kennis uit eigen beheer zou kunnen leveren. Dan haal je veel meer uit je klantrelaties en hangen de omzet en de winst niet meer af van het aantal uren dat je partners en medewerkers kunnen draaien!
Sync mocht het nog niet
Die benadering klinkt misschien gek voor een advocatenkantoor, maar toch is het ook in Nederland al eens geprobeerd. In 2017 zette Kennedy Van der Laan een aparte legal tech-consultancy op, Kennedy Van der Laan|Sync, met eigen IT’ers en projectmanagers. Daarbij hadden ze buiten de Amsterdamse deken gerekend. Die wees hen erop dat de Verordening op de advocatuur bepaalt dat een praktijkvennootschap alleen de rechtspraktijk tot doel mag hebben en dus geen IT-diensten mag verkopen. De bezwaren van de deken zorgden er uiteindelijk voor dat in 2019 de stekker uit het initiatief werd getrokken.
Het is vast een onbedoeld neveneffect, maar als ik de nieuwe opzet goed lees, kun je als kantoor straks wel zo’n legal tech-consultancy starten. Als je je advocatenpraktijk maar in een aparte eenheid houdt, waar alle zeggenschap over dossiers en beroepsregels bij advocaten ligt (zoals het nu al is). Vanuit de holding daarboven kun je deelnemingen houden in andere bedrijven.
Meer verkopen aan dezelfde klanten
In de Engelse advocatuur snappen ze heel goed hoe dat kan werken. Een aardig voorbeeld is het Londense Mishcon de Reya. Naast hun gerenommeerde advocatenpraktijk met ruim 650 fee earners heeft de Mishcon de Reya Group een reeks eigen bedrijven, waaronder MDR Cyber, het e-discoverybedrijf MDR Discover en MDR Brand Management. En ze zijn ook actief op het overnamepad want de brand management divisie nam al snel een bedrijf over in de Filipijnen. En in de thuismarkt kocht Mishcon de Reya in 2024 Flex Legal, een snel groeiende detacheerder van juristen.
Eversheds Sutherland bracht zijn flexibele advocaten en managed services onder in Konexo, met als argument dat dat werk dan bij het kantoor bleef in plaats van naar PwC of Axiom te gaan. En datzelfde doen kantoren als Simmons & Simmons, Pinsent Masons, A&O, Linklaters, en vele anderen.
Over verkopen gesproken
Behalve bedrijven bouwen en overnemen kun je zo’n dochterbedrijf ook verkopen. Dat brengt me bij een markt en een partij die ik goed ken, omdat mijn eigen bedrijven er actief zijn en ik er goede contacten mee had: Lawyers On Demand begon in 2007 bij het Britse advocatenkantoor Berwin Leighton Paisner als initiatief van een partner en het hoofd recruitment. In 2012 werd het verzelfstandigd en in 2018 bezorgde PE-firm Bowmark Capital de partners een flinke meevaller door het advocatenkantoor uit te kopen.
Eversheds verkocht een deel van het eerder genoemde Konexo eind 2020 voor 20 miljoen pond aan het beursgenoteerde Law Debenture.
Een echte klapper maakte Allen & Overy. Dat zette in 2002 de compliance-abonnementsdienst aosphere op en verkocht in oktober 2023 een meerderheidsbelang daarin aan private-equitypartij Inflexion tegen een waardering van zo’n 200 miljoen pond volgens de Financial Times.
Waarom is dit interessant voor advocatenkantoren?
Ik ben geen corporate finance-specialist en niet alle cijfers zijn openbaar, dus zie het volgende vooral als illustratie om m’n punt te maken. Bij het verkopen van een bedrijf wordt de prijs vaak bepaald als een veelvoud, de multiple, van de jaarwinst. De koper koopt als het ware de toekomstige winst.
De koper van het Konexo-onderdeel betaalde ongeveer negen keer de jaarwinst. Bij aosphere lijkt het ruim 37 keer te zijn geweest, want een waardering van zo’n 200 miljoen pond op een winst van 5,4 miljoen komt daar ongeveer op uit.
In een advocatenkantoor werkt het anders, want daar gaat de winst elk jaar als inkomen naar de partners en zit er geen multiple op. Een euro winst in de advocatenpraktijk levert de partners dus één euro op. Dezelfde euro winst in een dochteronderneming die je verkoopt, kan in één keer het negenvoudige opleveren en in het geval van aosphere zelfs het zevenendertigvoudige.
Gaan we dit meemaken?
Ik ben erg benieuwd hoe de nieuwe NOvA-visie in de praktijk gaat werken, maar het lijkt er dus op dat deze ontwikkeling ook ruimte biedt aan Nederlandse advocatenkantoren om meer te ondernemen en meer te gaan betekenen voor hun cliënten.
Houdt men deze lijn vast, dan zou het me niet verbazen als er eerder extern geld in een dochteronderneming terechtkomt dan in een Nederlands topkantoor zelf.











