Het aantal sociaal advocaten in het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand is de afgelopen jaren verder teruggelopen, met een sterke vergrijzing en een groeiende groep ingeschreven advocaten die nauwelijks toevoegingen doet. De Raad voor Rechtsbijstand (RvR) ziet gerichte maatregelen, waaronder betere vergoedingen en een kantoortoeslag, als noodzakelijk om het grondrecht op rechtsbijstand in de toekomst te kunnen waarborgen.
Het Kenniscentrum Stelsel Gesubsidieerde Rechtsbijstand constateert in het rapport ‘Aanbod in beeld’ dat het aanbod van sociaal advocaten in tien jaar tijd met bijna een kwart is afgenomen. De daling zet door, terwijl de regionale verschillen groot zijn: in sommige regio’s zijn er voor bepaalde specialisaties inmiddels helemaal geen sociaal advocaten meer beschikbaar. De groep oudere advocaten groeit, terwijl het aandeel sociaal advocaten jonger dan 35 jaar sinds 2015 met meer dan 45 procent is gedaald. In 2024 is nog slechts 18 procent van de ingeschreven sociaal advocaten jonger dan 35, terwijl bijna een derde binnen tien jaar de pensioengerechtigde leeftijd bereikt.
Vergrijzing en schaalverkleining
Het aantal uitschrijvingen ligt al jaren structureel hoger dan het aantal inschrijvingen, waarbij in 2024 bijna de helft van de uitstromers jonger is dan 45 jaar. Tegelijkertijd schuift de praktijkstructuur op richting kleinere eenheden: het totaal aantal kantoren met sociaal advocaten nam tussen 2015 en 2024 af, terwijl het aandeel eenpersoonspraktijken groeide van 49 naar 56 procent. Ongeveer 28 procent van de sociaal advocaten werkt inmiddels als enige advocaat in de praktijk, en bijna een derde van alle toevoegingen wordt door eenpersoonspraktijken behandeld. De instroom die er wél is, komt met name via advocaat-stagiairs en jonge advocaten bij kantoren waar meerdere sociaal advocaten werkzaam zijn.
Tegelijkertijd ontstaat een groeiende discrepantie tussen ingeschreven advocaten en daadwerkelijk actieve sociaal advocaten. In 2024 doet bijna 27 procent van de ingeschreven advocaten geen toevoegingen, terwijl het totale aantal toevoegingen juist stijgt. Een relatief kleine groep advocaten met 50 of meer toevoegingen per jaar behandelt daardoor een steeds groter deel van het werk.
Noodzaak van betere vergoedingen en kantoortoeslag
De RvR benadrukt dat nieuw aanbod én behoud van sociaal advocaten noodzakelijk zijn om het grondrecht op toegang tot een advocaat voor rechtzoekenden te waarborgen. Uit eerder onderzoek blijkt dat de hoogte van de vergoedingen voor met name jongere advocaten een belangrijke reden is om de sociale advocatuur te verlaten. Naar aanleiding van het rapport van de Commissie Van der Meer II zijn in februari 2025 de vergoedingen voor eenpersoonspraktijken opgetrokken naar de door de overheid toegezegde schaal 12, maar voor advocaten in kantoorverband blijft die schaal in de praktijk nog buiten bereik. De RvR ziet in de nieuwe cijfers een bevestiging van de urgentie om ook de vergoedingen voor deze kantoren op orde te brengen, omdat zij de “kweekvijvers” van nieuwe sociaal advocaten vormen en de ruggengraat van het stelsel zijn.
De Commissie Van der Meer II adviseerde daarnaast de invoering van een kantoortoeslag, een maatregel die door de RvR wordt ondersteund. Een dergelijke toeslag moet niet alleen bestaande sociaal kantoren levensvatbaar houden, maar kan deze kantoren ook een expliciete regionale functie geven, zodat in alle regio’s voldoende specialisaties beschikbaar blijven. Volgens de RvR is het op orde brengen van de vergoedingen voor kantoren een randvoorwaarde voor het slagen van andere maatregelen, zoals het stimuleren van rechtenstudenten om te kiezen voor de sociale advocatuur.






