De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) concludeert dat het wettelijke kader voor het Team Openbare Orde Inlichtingen (TOOI) van de politie tekortschiet. Het team verzamelt heimelijk persoonsgegevens zonder voldoende specifieke grondslag en onder onduidelijk gezag van de burgemeester, waardoor rechtsstatelijke en democratische controle onvoldoende zijn.
De AP onderzocht, op verzoek van de Tweede Kamer, de verwerking van persoonsgegevens door het TOOI, een politieteam dat met informanten heimelijk informatie verzamelt over burgers ter handhaving van de openbare orde, bijvoorbeeld rond (dreigende) ordeverstoringen bij demonstraties of voetbalwedstrijden. De politie beroept zich daarbij op artikel 3 Politiewet, maar volgens de AP biedt dit artikel slechts ruimte voor een geringe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer. In de praktijk stelt de werkwijze van TOOI de politie echter in staat om door langdurige en gedetailleerde gegevensverzameling een min of meer compleet beeld te vormen van aspecten van iemands privéleven, wat neerkomt op meer dan een geringe inbreuk op grondrechten.
Ontoereikende grondslag en onduidelijk gezag
De AP constateert dat een specifieke wettelijke grondslag ontbreekt voor de heimelijke inwinning van inlichtingen door het TOOI en voor de verwerking van persoonsgegevens van potentiële informanten, over wie al gegevens worden verzameld voordat zij om medewerking is gevraagd. Ook worden soms bijzondere persoonsgegevens verwerkt, zoals gegevens over gezondheid, religie of politieke overtuiging, zonder toereikende grondslag, terwijl de Wet politiegegevens vereist dat persoonsgegevens alleen mogen worden verwerkt als zij rechtmatig zijn verkregen.
Verder blijkt dat het gezag van de burgemeester over het TOOI in de praktijk onvoldoende is uitgewerkt: vaak is niet duidelijk onder welke burgemeester het team opereert bij de inzet van het instrument, en bestaande maatregelen zoals regionale adviescommissies waarborgen volgens de AP geen betekenisvolle invulling van dat gezag. Dit gebrek aan duidelijke aansturing vertaalt zich in gebrekkig toezicht op de activiteiten van het TOOI en beperkt de mogelijkheid van gemeenteraden om effectieve democratische controle uit te oefenen.
Oproep tot politiek debat en wetswijziging
De AP roept de Tweede Kamer op tot een breed politiek debat over de activiteiten van het TOOI, de grenzen waarbinnen die zouden moeten plaatsvinden en de invulling van het gezag. Als er geen breed politiek draagvlak blijkt voor de huidige werkwijze, moeten de activiteiten die buiten het huidige wettelijke kader vallen stoppen; bestaat dat draagvlak wel, dan is een duidelijker wettelijk kader noodzakelijk, vergelijkbaar met het in voorbereiding zijnde wetsvoorstel gegevensvergaring openbare orde voor online inlichtingenvergaring. Daarbij waarschuwt de AP voor een stapeling van inbreuken op grondrechten en de mogelijke gevolgen daarvan voor onder meer demonstratievrijheid, en benadrukt zij dat alleen duidelijke, nauwkeurige en evenredige wetgeving willekeur voorkomt en de democratische legitimatie van politieoptreden borgt.







