Een strafrechtadvocaat is door de Raad van Discipline berispt omdat hij tijdens een onderzoek van de deken tegenstrijdige verklaringen aflegde en de derdengeldenrekening gebruikte voor privétransacties. De kwestie draaide onder meer om zijn contacten met een handelaar van wie hij naar eigen zeggen Pokémonkaarten kocht, maar van wie hij later ook drugs bleek te hebben afgenomen.
De Raad van Discipline in het ressort Den Haag heeft een dekenbezwaar gegrond verklaard tegen een strafrechtadvocaat. Aanleiding was een signaal van het Openbaar Ministerie. In een opsporingsonderzoek naar drugshandel was de advocaat in beeld gekomen als mogelijke afnemer van een verdachte dealer. De raad benadrukt dat niet het vermeende drugsgebruik van de advocaat centraal stond, maar zijn handelwijze tegenover de deken en zijn omgang met de derdengeldenrekening.
Pokémonkaarten vormden rode draad in verklaringen
Tijdens gesprekken met de deken verklaarde de advocaat aanvankelijk dat hij de betreffende man kende via de handel in Pokémonkaarten. Hij gaf aan al jarenlang verzamelaar te zijn en kaarten te kopen en verkopen als hobby en belegging. Volgens zijn eerste verklaring had hij uitsluitend Pokémonkaarten van de man gekocht en waren ook transacties die door het OM waren gesignaleerd aan die handel gerelateerd. Zo stelde hij dat een pakket dat hij uit een brievenbus had gehaald Pokémonkaarten bevatte.
Later kwam de advocaat echter op verschillende onderdelen terug. In een vervolggesprek erkende hij dat hij meerdere keren cocaïne had afgenomen van dezelfde persoon. Ook verklaarde hij wisselend over wanneer hij wist dat de man zich bezighield met drugshandel en over de aard van hun onderlinge relatie. Volgens de raad ontstond hierdoor een tegenstrijdig beeld van de feiten.
De raad stelt dat van een advocaat mag worden verwacht dat hij in een onderzoek van de deken eerlijk, betrouwbaar en transparant is. Door uiteenlopende verklaringen af te leggen bemoeilijkte hij volgens de raad de toezichthoudende taak van de deken en handelde hij in strijd met de kernwaarde integriteit.
Kaarten betaald via derdengeldenrekening
Ook de financiële transacties speelden een rol. Tijdens het onderzoek bleek dat een bedrag van ruim € 7.000 vanaf de derdengeldenrekening was overgemaakt aan de betreffende man. Volgens de advocaat hield die betaling verband met de aankoop van drie Pokémonkaarten ter waarde van € 9.000. Een restantbedrag zou contant zijn betaald. Daarnaast werden nog andere betalingen vanaf de derdengeldenrekening en zakelijke rekening vastgesteld, waarna later bedragen werden teruggestort.
De raad concludeert dat de advocaat met de derdengeldenrekening heeft “gebankierd” en daarmee in strijd heeft gehandeld met de financiële integriteit. Hoewel geen aanwijzingen bestaan dat derden financieel zijn benadeeld, achtte de raad de gedragingen ernstig genoeg voor een berisping. Daarnaast werd de advocaat veroordeeld tot betaling van € 1.250 aan proceskosten.






