De Raad van Discipline heeft de voorlopige voorwaarden voor advocaat Vito Shukrula verder versoepeld. Hij mag vanaf 15 juli weer cliënten in voorlopige hechtenis bijstaan, met uitzondering van gedetineerden in de EBI en op de Afdeling Intensief Toezicht.
De Raad van Discipline in het ressort Amsterdam heeft de voorlopige voorziening voor advocaat Vito Shukrula gewijzigd. Daarmee worden de beperkingen die sinds januari 2026 golden gedeeltelijk opgeheven. De raad oordeelt dat Shukrula zijn werkzaamheden als strafadvocaat weer verder kan hervatten, terwijl tegelijkertijd waarborgen blijven bestaan ter bescherming van het vertrouwen in de advocatuur.
Meer ruimte voor praktijk, beperkingen blijven deels gelden
Shukrula werd op 10 april 2025 aangehouden op verdenking van deelname aan de criminele organisatie van zijn voormalige cliënt Ridouan Taghi. Na zijn aanhouding werd hij geschorst als advocaat. Nadat de voorlopige hechtenis was geëindigd, hief de Raad van Discipline die schorsing in januari 2026 op, maar legde daarbij een voorlopige voorziening op. Zo mocht Shukrula niet optreden voor cliënten in de piketfase of in (voorlopige) hechtenis en stond hij onder toezicht van een onafhankelijke advocaat.
Op verzoek van Shukrula zijn deze voorwaarden nu aangepast. De raad heft de beperking op waardoor hij geen cliënten in voorlopige hechtenis mocht bijstaan. Wel blijft het verbod gelden om op te treden voor cliënten die verblijven in de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) of op een Afdeling Intensief Toezicht (AIT). Juist met deze detentieregimes houdt de verdenking tegen Shukrula verband.
Evenwicht tussen vertrouwen en praktijkuitoefening
Onder andere NU.nl vermeldt dat ook het verplichte toezicht door een onafhankelijke advocaat vervalt. Daarvoor in de plaats komen andere controlemaatregelen. Shukrula moet de deken voortaan iedere twee weken een overzicht sturen van alle dossiers die hij behandelt, inclusief de procesfase van strafzaken. Daarnaast moet hij in beginsel eenmaal per twee maanden met de deken zijn praktijk bespreken en evalueren. De deken kan de frequentie en invulling van dat overleg aanpassen.
Bij zijn beslissing weegt de raad mee dat het strafrechtelijk onderzoek nog loopt en dat de verdenking tegen Shukrula ernstig is, omdat deze raakt aan de kern van het vertrouwen in de advocatuur. Tegelijkertijd constateert de raad dat sinds zijn aanhouding inmiddels ruim veertien maanden zijn verstreken en nog altijd onduidelijk is wanneer het Openbaar Ministerie beslist over strafvervolging. Volgens de raad heeft Shukrula voldoende aannemelijk gemaakt dat de eerder opgelegde beperkingen zijn praktijkuitoefening ernstig belemmeren. Daarom acht de raad een minder vergaande voorlopige voorziening, met behoud van gerichte toezichtmaatregelen, passend zolang het dekenbezwaar nog in behandeling is.





