De Raad voor de rechtspraak raadt de indiening van het initiatiefwetsvoorstel Meerouderschap af, omdat het voorstel wel de juridische positie van meeroudergezinnen wil versterken, maar tal van uitvoerings- en rechtsstatelijke vragen onbeantwoord laat. Volgens de Raad is onvoldoende doordacht hoe het belang van het kind wordt gewaarborgd en welke gevolgen de regeling heeft voor rechters, ouders en kinderen.
Het wetsvoorstel Meerouderschap beoogt het personen- en familierecht beter aan te laten sluiten op gezinnen waarin kinderen door meer dan twee ouders worden opgevoed, bijvoorbeeld door twee moeders, twee vaders of een combinatie daarvan. Het zou mogelijk maken dat een kind maximaal vier juridische ouders krijgt, verdeeld over ten hoogste twee huishoudens, zodat het kind vanaf de geboorte juridisch verbonden is met alle betrokken ouders. De rechter zou het ouderschap kunnen toekennen op basis van een gezamenlijk verzoek en een vooraf opgestelde meerouderschapsovereenkomst.
Belang van het kind onvoldoende geborgd
De Raad heeft begrip voor de behoefte van meeroudergezinnen aan juridische bestendiging van hun feitelijke situatie, maar vindt dat de uitwerking van het wetsvoorstel ernstig tekortschiet. Zo wordt het belang van het kind in de memorie van toelichting wel centraal gesteld, maar klinkt dit volgens de Raad onvoldoende door in de wettekst zelf. In het voorgestelde artikel 1:213 BW is het criterium dat “het belang van het kind zich niet tegen de toekenning verzet”, terwijl volgens de Raad juist vereist zou moeten zijn dat toekenning in het belang van het kind is.
Daarnaast acht de Raad het in de praktijk nauwelijks uitvoerbaar dat de rechter het belang van een nog niet bestaand kind moet toetsen aan een meeroudercontract, zeker omdat pas na jaren duidelijk wordt of de gekozen constructie daadwerkelijk in het belang van het kind uitpakt. De Raad pleit daarom voor een vaste rol voor de Raad voor de Kinderbescherming, die vooraf onderzoek doet en adviseert, vergelijkbaar met de waarborgen die bij (interlandelijke) adoptie golden.
Meer ouders, meer geschillen en minder rechtszekerheid
Volgens de Raad vergroot meerouderschap de kans op complexe conflicten over gezag, hoofdverblijf, omgang en kostenverdeling, terwijl het wetsvoorstel nauwelijks regelt hoe dergelijke geschillen moeten worden beslecht. Vragen over besluitvorming tussen drie of vier ouders, de positie van nieuwe partners en de verdeling van de kosten van verzorging en opvoeding blijven grotendeels onbeantwoord, terwijl bestaande systemen voor bijvoorbeeld kinderalimentatie zijn ingericht op twee ouders.
Ook op het gebied van rechtsgelijkheid en rechtszekerheid ziet de Raad problemen. Bestaande meeroudergezinnen en samengestelde gezinnen vallen buiten de regeling doordat overgangsrecht ontbreekt, terwijl zij naar verwachting wél een beroep zullen doen op een gelijke juridische status. Bovendien is veel niet uitgewerkt, onder meer waar het gaat om samenloop met andere wet- en regelgeving, IPR-aspecten en administratieve processen rond geboorteaangifte en gezagsregisters.
Omdat deze onduidelijkheden ertoe leiden dat de rechter zelf de nodige leemtes zou moeten invullen, vindt de Raad dat het voorstel de rechtsvormende taak van de rechter te buiten gaat. Gezien de ernstige bezwaren adviseert de Raad voor de rechtspraak het initiatiefwetsvoorstel Meerouderschap dan ook niet bij de Tweede Kamer in te dienen.







