Collega‑rechters en de NVvR nemen het nadrukkelijk op voor een bekritiseerde asielrechter na politieke aanvallen op haar uitspraken. Zij waarschuwen dat de kritiek van JA21 de rechterlijke onafhankelijkheid en het gezag van de rechtspraak kan ondermijnen.
Rechterlijke steun en onafhankelijkheid
In berichtgeving van de NOS is te lezen dat rechter Koen de Meulder van de rechtbank Midden‑Nederland reageerde in Nieuwsuur op de Kamervragen van JA21 over een vermeend “activistische” asielrechter. Hij stelt dat het uitspreken door rechters en deelname aan het publieke debat bij deze tijd horen, mits met terughoudendheid. Volgens De Meulder gaat JA21 echter te ver door met de toon van de vragen te suggereren dat de minister zou kunnen ingrijpen in het werk van een rechter. Daarmee wordt volgens hem de onpartijdigheid van de rechter onterecht in twijfel getrokken en de scheiding der machten opgerekt.
In het NRC‑interview dat aanleiding was voor de Kamervragen, schetst asielrechter Steffie van Lokven de oplopende wachttijden in asielzaken en doet zij een oproep aan de IND om bij oude zaken minder vaak tot aan de hoogste rechter door te procederen, om de druk op de asielrechtspraak te verlichten. Ook uit zij twijfel of strengere regels mensen daadwerkelijk zullen weerhouden naar Europa te komen en wijst zij op de spanning tussen “fysieke en juridische muren” en de realiteit dat mensen blijven komen.
Spanningsveld tussen politiek en rechterlijke macht
De Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak schaart zich achter Van Lokven en benadrukt dat het stellen van prejudiciële vragen tot het gewone werk van de rechter behoort. De Kamervragen van JA21 worden in dat licht vergeleken met ontwikkelingen in landen als Polen, waar kritiek op rechters die prejudiciële vragen stellen onderdeel was van het aantasten van hun gezag. Volgens de NVvR past het in een democratische rechtsstaat niet dat andere staatsmachten zich bemoeien met de wijze waarop een rechter tot zijn uitspraak komt.
Tegenover de stelling van JA21 dat rechters “steeds meer politieke uitspraken doen” en de politiek daardoor “in een juridisch moeras” zou belanden, plaatst De Meulder een andere kern: het is aan de politiek om werkbare regels en wetten te maken, terwijl rechters juist moeten waken over grondrechten en het geldende internationale en Europese recht toepassen.






