AI-gegenereerde creaties leiden tot nieuwe vragen over juridische bescherming. Eerder onderzochten Kim de Bonth en Daan Breuking, beiden advocaat bij Holla legal & tax, in “Bescherming van AI-output: modellenrecht to the rescue?” al of het modellenrecht hier een uitweg biedt. Nu AI-gegenereerde ontwerpen daadwerkelijk als model zijn geregistreerd, rijst de vraag in hoeverre AI-creators via het modellenrecht toch een stevig beschermingsinstrument in handen krijgen.
Met de opkomst van artificiële intelligentie (AI) is er onder intellectuele eigendomsrechtadvocaten een levendige discussie ontstaan over de vraag of AI-gegenereerde output in aanmerking komt voor auteursrechtelijke bescherming. De conclusie die inmiddels breed wordt gedeeld, is dat dit niet het geval is, in ieder geval zolang er geen menselijke nabewerking heeft plaatsgevonden. In een eerder artikel concludeerden mijn collega Kim de Bonth en ik dat AI-output zonder menselijke nabewerking buiten het auteursrecht valt, maar dat het modellenrecht mogelijk wel kansen biedt.
Om deze theorie te testen, hebben we in de zomer van 2024 een volledig door AI gegenereerd ontwerp van een bord met Vrouwe Justitia als Uniemodel gedeponeerd. De aanvraag werd goedgekeurd, en op dit moment is het bord geregistreerd als Uniemodel 015064798-0001. Wel dient te worden opgemerkt dat modelaanvragen niet inhoudelijk worden getoetst, waardoor de registratie van dit model geen definitief bewijs is dat onbewerkte AI-output daadwerkelijk modelrechtelijke bescherming geniet.
In twee recente arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie (Hof) lijkt zich echter een belangrijke aanwijzing af te tekenen dat AI-output niet voor auteursrechtelijke, maar wel voor modelrechtelijke bescherming in aanmerking komt.
Auteursrecht: menselijke creativiteit blijft noodzakelijk
In de gevoegde zaken Mio (C-580/23) en Konektra (C-795/23), waarin op 4 december 2025 arrest werd gewezen, bespreekt het Hof wanneer toegepaste kunst auteursrechtelijke bescherming kan genieten. Het Hof oordeelt dat originaliteit voortkomt uit de vrije en creatieve keuzes van de maker, en dat deze keuzes zichtbaar moeten zijn in het werk zelf. Wanneer een ontwerp vooral wordt bepaald door technische eisen, regels of andere beperkingen, is er onvoldoende ruimte voor creatieve vrijheid om aan de originaliteitsvereiste voor auteursrecht te voldoen.
Dit is precies het geval bij onbewerkte AI-output. Als een ontwerp volledig door AI wordt gegenereerd, zonder menselijke nabewerking, zijn er geen creatieve keuzes van een maker zichtbaar in het werk zelf. Dit sluit aan bij de conclusie dat AI-output zonder menselijke creatieve betrokkenheid geen auteursrechtelijke bescherming kan genieten.
Modelrecht: geen creativiteit vereist
In contrast staat het arrest Deity Shoes (C-323/24) van 18 december 2025, waarin het Hof duidelijk maakte dat voor modelrechtelijke bescherming geen creatieve inspanning vereist is. In deze zaak ging het om schoenen waarvan het uiterlijk was samengesteld uit catalogusonderdelen van een Chinese leverancier. De ‘ontwerper’ bepaalde alleen de kleuren, materialen en varianten, en claimde daarop modelrechtelijke bescherming. Het Hof oordeelde dat dit voldoende was, zolang het model maar nieuw is en een eigen karakter heeft, zoals de UModVo[1] voorschrijft (het model moet kortgezegd) qua vormgeving voldoende afwijken van alle bestaande modellen). Het maakt niet uit of het eindresultaat weinig creatief is of grotendeels bestaat uit vooraf vastgestelde elementen.
Het arrest Deity Shoes maakt het verschil tussen auteursrecht en modellenrecht duidelijk. Terwijl het auteursrecht kijkt naar de menselijke creativiteit, richt het modellenrecht zich op het eindresultaat. Voor modellen telt alleen of het ontwerp nieuw is en of het een eigen karakter heeft. Dit betekent dat zelfs AI-output die met minimale menselijke inbreng is gemaakt, in theorie modelrechtelijke bescherming kan krijgen.
Vereist het modellenrecht een menselijke ontwerper?
Een andere belangrijke vraag is of het modellenrecht een menselijke ontwerper vereist. De Uniemodellenverordening (UModVo) geeft geen definitie van de term ‘ontwerper’. Artikelen waarin de term wordt genoemd (zoals artikel 7 lid 2 sub a en lid 3, en artikel 14 UModVo) gaan over de verkrijging van rechten en openbaarmaking, niet over de totstandkoming van het ontwerp.
Maar zelfs als voor modelrechtelijke bescherming een menselijke ontwerper noodzakelijk is, maakt dit niet dat AI-output buiten de bescherming van het modellenrecht valt. De persoon die de AI-tool gebruikt blijft in juridische zin de ontwerper, omdat deze de prompt kiest en het proces in gang zet. Het arrest Deity Shoes bevestigt indirect dat creatieve inspanning geen vereiste is voor bescherming, wat goed aansluit bij deze benadering.
Niet-geregistreerde modellen: bescherming zonder depot
Het Uniemodellenrecht werkt niet alleen via registratie. Artikel 11 UModVo erkent niet-geregistreerde EU-modellen, die drie jaar bescherming genieten vanaf de eerste openbaarmaking. Het arrest Deity Shoes bevestigt dat hiervoor dezelfde eisen gelden: nieuwheid en eigen karakter.
Dit biedt een praktisch voordeel: AI-gegenereerde ontwerpen kunnen ook zonder registratie bescherming krijgen, zolang ze maar voldoende afwijken van het vormgevingserfgoed (dus nieuw zijn en over een eigen karakter beschikken) en openbaar zijn gemaakt. Dit biedt een juridisch instrument om op te treden tegen het zonder toestemming kopiëren van AI-output, namelijk via het modellenrecht.
Conclusie
In de discussie over AI-output heerst vaak het idee dat AI-output niet kan worden beschermd omdat menselijke creativiteit ontbreekt. Dit is juist voor het auteursrecht, maar het is onjuist voor het modellenrecht. AI-output kan, in mijn optiek, modelrechtelijke bescherming krijgen zolang deze output nieuw is en over een eigen karakter beschikt. De recente arresten Mio, Konektra en Deity Shoes maken dit onderscheid duidelijk en versterken de conclusie dat het modellenrecht op dit moment de meest logische route is voor de bescherming van onbewerkte AI-output in de EU.
[1] Verordening (EG) nr. 6/2002 van de Raad van 12 december 2001 betreffende Uniemodellen.





