In de ontnemingszaak tegen Klaas Otto hebben beide verdedigers zich onverwacht teruggetrokken wegens ernstige zorgen over de koers die hun cliënt wil varen. De rechtbank in Breda moest de al jaren slepende procedure daardoor opnieuw uitstellen.
De ontnemingsprocedure tegen Klaas Otto, oprichter van motorclub No Surrender, liep dinsdag opnieuw vast toen zijn twee advocaten zich in de rechtbank in Breda aanstonds aan de zaak onttrokken. Het Openbaar Ministerie wil bijna 1,9 miljoen euro bij Otto afpakken, omdat dit bedrag volgens justitie niet op legale wijze is verkregen en samenhangt met eerdere veroordelingen voor onder meer afpersing, witwassen en zijn activiteiten als autohandelaar in Bergen op Zoom. De ontnemingszaak loopt al sinds 2020 en werd eerder herhaaldelijk onderbroken, onder meer door de gezondheidssituatie van Otto.
‘Doodsverachting’ en breuk met verdediging
De zitting begon rustig, met vragen van de rechtbank over de recente hart- en kaakproblemen van Otto. Vrijwel direct daarna kondigde advocaat De Leon echter aan dat hij stopt, omdat Otto een richting in wil slaan die de verdediging niet kan ondersteunen. Hij sprak over de “doodsverachting” van zijn cliënt, in de betekenis van roekeloosheid waarbij geen rekening wordt gehouden met ernstig levensgevaar of doodsangst, en gaf aan zelf een grens te trekken. Ook collega-advocaat Zilver liet weten onder deze omstandigheden niet verder te willen, mede vanwege veiligheidsrisico’s waarmee hij zich niet kan verenigen.
Otto reageerde zichtbaar gefrustreerd en gaf aan zich al jaren slecht behandeld te voelen en het langdurige proces zat te zijn. Hij stelde dat “de beerput moet worden opengetrokken”, zonder te concretiseren waar hij precies op doelt. Volgens Otto was eerder nog geprobeerd een regeling met het Openbaar Ministerie te treffen, maar bleef slechts de mogelijkheid over om binnen korte termijn het volledige gevorderde bedrag te betalen, wat hij naar eigen zeggen niet kan.
Zaak moet toch doorgaan
De officier van justitie gaf aan geschrokken te zijn van het gebruik van het woord ‘doodsverachting’, maar hield vast aan het standpunt dat er geen ruimte is voor een deal of procesafspraken: het ontnemingsproces moet inhoudelijk worden afgewikkeld. De rechtbank benadrukte dat Otto recht heeft op rechtsbijstand en zal een nieuw moment plannen zodra een nieuwe advocaat is ingelezen; eerder is al een inhoudelijke voortzetting op 31 maart voorzien, terwijl in de strafzaak over zijn eerdere veroordeling in hoger beroep in september een vervolg dient. Daarmee sleept het juridische gevecht rond Otto, die al meer dan tien jaar met justitie in de clinch ligt, verder voort.






