Een advocaat verwees volgens het FD in een zaak bij de Ondernemingskamer naar niet-bestaande jurisprudentie. In een conflict tussen twee aandeelhouders leidde dat tot stevige kritiek van de rechters.
In een procedure bij de Ondernemingskamer stonden twee aandeelhouders van een rederij uit Scheveningen tegenover elkaar. Daarbij werd verwezen naar niet-bestaande jurisprudentie. Volgens de rechters bevatte het verzoekschrift onjuistheden en werd daarmee niet voldaan aan de verplichting om feiten volledig en naar waarheid aan te voeren.
De advocaat trad op voor de minderheidsaandeelhouder. Tijdens de zitting kon zij geen overtuigend antwoord geven op vragen van de rechters over de aangehaalde jurisprudentie. Volgens de rechters gaf het verzoekschrift bovendien een eenzijdig beeld van de feiten. De rol van haar cliënt werd daarin kleiner voorgesteld dan die in werkelijkheid was.
De wederpartij stelde dat sprake was van oneigenlijk gebruik van AI. Pogingen om de verwijzingen naar jurisprudentie te corrigeren, leidden tot nieuwe uitspraken die eveneens niet bleken te bestaan, met afwijkende ECLI-nummers.
Controle blijft noodzakelijk
Er zijn dit jaar meerdere meldingen gedaan van onjuist AI-gebruik door advocaten. Toezichthouders houden die meldingen sinds begin dit jaar bij. Tot nu toe is sprake van een handvol gevallen.
Meldingen kunnen afkomstig zijn van rechters, andere advocaten of cliënten. In het uiterste geval kunnen tuchtrechtelijke stappen volgen. Eerder kregen drie advocaten een waarschuwing vanwege onjuist AI-gebruik, van wie er twee op cursus werden gestuurd.
De verantwoordelijkheid voor het gebruik van AI ligt volledig bij de advocaat. AI kan een hulpmiddel zijn, maar ontslaat niet van de plicht tot controle en professionele beoordeling van processtukken.
Het gebruik van AI vraagt daarbij om extra zorgvuldigheid in de praktijk. Wie AI inzet bij het opstellen van processtukken, zal uitkomsten kritisch moeten toetsen en verwijzingen moeten verifiëren.
Gevolgen voor de praktijk
Volgens het FD bestaat de vrees dat dit soort fouten de positie van advocaten ondergraaft. Uitspraken worden openbaar gepubliceerd en kunnen reputatieschade veroorzaken, terwijl schikkingen niet worden gepubliceerd. Dat kan ertoe leiden dat in zulke gevallen eerder wordt aangestuurd op een schikking.
Ondanks de onjuistheden werd de behandeling voortgezet. De zaak eindigde uiteindelijk in een schikking.





