
Hans Nass is de oprichter van het Limburgse Nass & Nass Advocaten. Hij was de patroon van al zijn drie kinderen. Twee ervan zijn nu zijn vennoten. Wat kenmerkt de zakelijke band tussen vader en zoons en wat hebben ze van elkaar geleerd?
Foto boven: van links naar rechts Jan Willem, Hans en Pieter
De Wilhelminasingel in Maastricht staat bekend als Advocaten Allee. De advocaten van Moszkowicz zaten er ooit, evenals strafpleiter Theo Hiddema. Serge Weening, de laatste advocaat-stagiair van Max Moszkowicz sr., houdt hier kantoor. Sinds 1 juli heeft Weening nieuwe buren: Nass & Nass Advocaten. Deze raadsmannen delen het pand met Celik Letselschade Advocaten, een bevriend advocatenkantoor.
Nass & Nass Advocaten zat eerder verderop, in kantoorcomplex De Colonel. Maar Jan Willem (28) en Pieter Nass (27) waren klaar voor een nieuwe stap. “Deze locatie geeft ons kantoor meer cachet. Bovendien is er ruimte om te groeien.”
Hoewel de derde vennoot, vader Hans (64), eerst twijfelde is hij nu enthousiast over de verhuizing. “Over zulke zaken overleggen we. Daar hebben we geen lange overlegstructuur voor nodig. Het gaat vrij soepel, tot nu toe dan.”
Behalve in Maastricht houdt Nass & Nass ook kantoor in Gulpen. Nass senior begon de onderneming in 2008. Hij was de patroon van al zijn kinderen: Marieke, Jan Willem en Pieter. Zijn dochter heeft de advocatuur inmiddels ingewisseld voor de politiek. Jan Willem werkt sinds 2018 bij het familiebedrijf, Pieter sinds 2020. Moeder José is lerares op een basisschool, trouwambtenaar én officemanager van het kantoor.
Altijd een familiebedrijf gewild?
Hans: “Ik heb altijd gezegd dat ik het klein wilde houden. Ik wilde alleen groeien als mijn kinderen daar belangstelling voor hadden. Eventueel kon ik ze zelf opleiden als advocaat. Tot mijn verbazing wilden ze dat. Ik heb ze altijd aangemoedigd om te doen wat ze willen doen. En dat doe ik nog steeds. Het kantoor is géén dwangbuis waarin ze gevangen zitten.”
Pieter: “Vanaf mijn vijftiende ging ik in de zomervakantie geregeld naar kantoor, voornamelijk omdat ik dat gezellig vond. Natuurlijk had ik toen nog geen kennis van het recht. Dat kwam pas later. Als rechtenstudent vond ik de dossiers die ik voorbij zag komen heel interessant.”

Hans: “De telefoon oppakken, processtukken lezen, cliëntgesprekken bijwonen. Vooral Marieke heeft zulke ‘vakantiewerk’ op jonge leeftijd veel gedaan.”
Jan Willem: “Mijn interesse voor de advocatuur ontstond pas tijdens mijn rechtenstudie. De combinatie van het praktische en theoretische spreekt me aan. Als advocaat kun je het verschil maken voor je cliënt.”
Pieter: “Tegelijkertijd relativeren we ons werk. We beseffen dat de wereld niet vergaat als we ermee zouden stoppen.”
Hoe was senior als patroon?
Hans: “Ik ben geen dictator, voor zover ik weet.”
Jan Willem: “Dat klopt. Al gooide hij ons soms wel voor de leeuwen.”
Hans: “Ik werk al ruim 35 jaar in de fiscale en juridische praktijk en was onder meer
partner bij een middelgrote accountantsorganisatie. Pas op mijn veertigste werd ik advocaat. Mijn patroon was Robert Ruiter van RRA Advocaten. Gezien mijn vele vlieguren, hadden we geen standaard patroon-pupilrelatie; hij controleerde me niet of zo.
Als patroon van mijn kinderen probeerde ik hun talenten zo veel mogelijk uit te ponden. Mijn motto is training on the job. Je leert alleen iets als je het doet. In het eerste jaar zat ik bij cliëntbesprekingen en gerechtelijke procedures om te zien hoe het ging. Het tweede jaar werd dat minder. Vanaf het derde jaar ben ik daarmee gestopt. Ik heb altijd een vangnet gecreëerd, maar gaf ze ook de ruimte om zelfstandig te handelen. Ze leren snel en – heel belangrijk – ze vinden het leuk.”
Jan Willem: “Hij was en is een rots in de branding. We kunnen altijd bij hem aankloppen. Ik doe dat bijvoorbeeld als ik ethische of strategische dilemma’s heb. Hij steunt je, maar kan ook loslaten.”
Pieter: “Pap is gelukkig geen control freak; niet alles in de praktijk hoeft precies te gaan zoals hij wil.”
Jan Willem: “Tijdens onze advocaat-stage controleerde hij of onze stukken juridisch klopten, maar waren we vrij onze eigen schrijfstijl te ontwikkelen.”
Pieter: “Naast de advocatuur is muziek mijn grote passie. Ik ben afgestudeerd aan het conservatorium en combineer de juristerij met opdrachten als zanger. Ik ben blij dat ik die vrijheid heb.”
Hans: “Overigens is het niet alleen maar vrijheid blijheid. Er moet wél worden geleverd.”
Zijn belangrijkste lessen als patroon?
Jan Willem: “Bij veel zaken komen emoties kijken. Je moet je daardoor niet gek laten maken. Pap zei dat je als advocaat een zekere nuchterheid moet hebben, zodat je altijd je rust bewaart.”
Hans: “Je moet dingen niet groter of zwaarder maken dan ze zijn.”
Pieter: “Ja, die nuchterheid! Verder leerde hij me om niet te snel te denken dat iets niet kan, maar het soms gewoon te doen. Een studie, het aannemen van een zaak en andere dingen. Hij moedigt me aan branie, lef, te tonen.”
Hans: “Je moet jezelf niet kleiner maken dan je bent, maar ook niet groter.”
Pieter: “Hij heeft me een bepaalde zelfverzekerdheid meegegeven. Ik ben voorzitter van de Jonge Balie Limburg. Aanvankelijk twijfelde ik of ik dat wel moest doen. Ik zat immers ‘slechts’ bij een klein kantoor. Pap zei direct: ‘Leuk, doen.’ Werk of privé. Ik voel me gesteund in alles wat ik doe.”
Lessen van pupillen?
Hans: “Sinds Pieter voorzitter is hoor ik geregeld verhalen over Jonge Balie-bijeenkomsten. Ik hoor wat jonge advocaten bezighoudt en wat ze willen. Ik ben van de oude stempel – dictafoon inspreken, bandje uit laten tikken. Mijn zoons doen alles digitaal. Ze leren me alles over het ICT-gebeuren.
De maatschappij verandert, de advocatuur verandert. Vroeger deed je als advocaat alle rechtsgebieden, nu moet je je specialiseren. Jan Willem heeft zich onlangs gespecialiseerd in vastgoedrecht, Pieter in arbeidsrecht. Je kunt niet zeilen op de wind van gisteren. Je moet continue stappen blijven zetten.”
Jan Willem: “We vinden dat pap minder bescheiden mag zijn. Hij heeft het altijd over een klein kantoor. Maar wij jonge gasten zien groeimogelijkheden. Soms verschillen onze visies.”
Pieter: “We willen veel en vaak veel tegelijk. Maar in ons jeugdige enthousiasme willen we soms dingen die niet altijd goed doordacht zijn. Vanuit zijn ervaring stuurt hij ons dan bij.”
Jan Willem: “Het plan is nu om stapsgewijs te groeien.”
Pieter: “Op dit moment zoeken we een juridisch medewerker.”
Hoe is senior als vader?
Pieter: “Zoals hij als leermeester is, is hij ook als vader: een luisterend oor en iemand die je aanmoedigt.”
Jan Willem: “Bedrijven zeggen soms tegen medewerkers dat zij een familie zijn. Bij ons is dat écht zo.”
Pieter: “Ik weet dat iedereen op kantoor het beste met me voorheeft. We vertrouwen elkaar. We boffen dat het klikt tussen ons.”
Jan Willem: “Zijn we vrij, dan praten we niet over zaken. Ik vind het fijn dat we werk en privé scheiden.”
Hans: “We hebben genoeg andere gespreksstof. Pieters muzikale optredens, politiek, sport. Jan Willem voetbalt, we wielrennen graag. We hebben samen onder meer de Alpe d’Huez en Mont Ventoux beklommen.”
De toekomst?
Hans: “Ik wil ze graag nog enkele jaren ondersteunen. Ze zijn complementair aan elkaar. Pieter zoekt meer de grenzen op, Jan Willem is terughoudender. Pieter is commerciëler dan zijn broer. Jan Willem is iets perfectionistischer. Ze zijn allebei goede advocaten. Bij hen is de toekomst van kantoor in goede handen. Maar als ze iets anders willen, moeten ze dat doen.”
Jan Willem: “Ik zit hier op mijn plek.”
Pieter: “Ik ook. Nass & Nass associeer ik een beetje met mezelf. Het geeft me voldoening om een stempel op het familiebedrijf te drukken.”