De Stand van de Advocatuur en het Notariaat 2026 schetst opnieuw een gedetailleerd beeld van de krachtsverhoudingen in de Nederlandse juridische markt. Het onderzoek laat zien waar groei plaatsvindt, welke kantoren terrein verliezen, hoe het staat met diversiteit, en waar jonge juristen het beste verdienen. Het is daarmee een strategische spiegel voor zowel advocaten- als notariskantoren.
De ranglijsten tonen een markt waarin de kop relatief stabiel blijft, maar de subtop en middenmoot duidelijk in beweging zijn. Sommige kantoren boeken indrukwekkende meerjarige groei, terwijl andere hun positie in de top‑50 zien eroderen. De vraag dringt zich op: welk kantoor hoort bij de versnellers en welke bij de volgers?
Top 50 advocatuur in beweging
Het aantal advocaten bij de vijftig grootste kantoren stijgt naar 5.199, met De Brauw Blackstone Westbroek, Loyens Loeff en Houthoff opnieuw stevig aan de top. De kop van de markt is stabiel, maar daaronder verschuiven de verhoudingen duidelijk, met CMS, internationale kantoren en groeiers als BrandMR die hun positie versterken.
Over een vijfjaarsperiode ontstaat een uitgesproken tweedeling: twintig kantoren groeien met minstens twintig procent, met Florent als grootste uitblinker, terwijl onder meer Dirkzwager, Nysingh en Simmons & Simmons stevig terugvallen. Deze dynamiek onderstreept dat marktaandeel in de top‑50 allerminst gegarandeerd is.
Talent en instroom: wie leidt de nieuwe generatie op?
Bij de advocaat‑stagiairs manifesteert De Brauw zich nadrukkelijk als “kraamkamer” van de balie, met een stijging naar 136 stagiairs, gevolgd door Loyens Loeff en Houthoff met eveneens fors hogere aantallen dan een jaar eerder. Tegelijkertijd schuift de subtop op, met kantoren als Holla, La Gro, Damst, Florent en BrandMR die dubbelcijferige groei in stagiairs laten zien.
Daar staat tegenover dat enkele rechtsbijstands- en internationale kantoren juist een daling in hun stagiairs rapporteren, wat de vraag oproept welke strategie zij hanteren in de strijd om juridisch talent.
Diversiteit en vrouwelijke partners
Gemiddeld bestaat 48,2 procent van de advocaten in de top‑50 inmiddels uit vrouwen, goed voor 2.504 vrouwelijke advocaten tegenover 2.695 mannen. Tien kantoren hebben inmiddels een vrouwelijke meerderheid, terwijl een brede middenmoot – met onder meer De Brauw, Stibbe, Houthoff en Loyens Loeff – rond de 50 procent balanceert.
In de partnergroep blijft de omwenteling achter, maar de trend is positief: het gemiddelde aandeel vrouwelijke partners stijgt naar 27,9 procent. Wijn Stael handhaaft zich als enige kantoor met exact 50 procent vrouwelijke partners, terwijl het aantal kantoren met minimaal 30 procent vrouwelijke partners is opgelopen tot 21.
Leverage, salarissen en notariaat
De leverage‑cijfers laten zien welke kantoren het meest op partnerniveau “uitnutten”: HVG Law voert de lijst aan met een ratio van 9,7 en vergroot daarmee de afstand tot de rest. Ook De Brauw en Loyens Loeff verhogen hun ratio, wat wijst op verdere schaalvergroting en efficiëntiedruk.
Op salarigebied is de rangorde glashelder: Linklaters staat bij eerste‑, vierde‑ en zevendejaars bovenaan, met een zevendejaars salaris van 11.919 euro bruto per maand als uitschieter. Hogan Lovells en Stek positioneren zich stevig in de top, terwijl aan de onderkant startsalarissen rond of net boven de 3.500 euro liggen.
Het notariaat groeit mee: de dertig grootste notariskantoren tellen samen 912 notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat‑notarissen, met Loyens Loeff, Westvaer Notarissen en Het Notarieel als grootste spelers. Daarbij stijgt ook het aandeel vrouwen in de top‑30-notariaten, zij het geleidelijk.
Wie wil weten waar zijn kantoor écht staat – in aantallen, groei, diversiteit, leverage en salaris – vindt in De Stand van de Advocatuur en het Notariaat 2026 de onmisbare benchmarks. Voor alle details, ranglijsten en verdiepende analyses is het volledige document te raadplegen.





