De inzet van AI is in korte tijd gemeengoed geworden in de juridische praktijk. Volgens een recent rapport van AI.nl over AI-vaardigheden betekent de Europese AI Act dat organisaties – en dus ook advocatenkantoren – verplicht zijn te zorgen voor adequate en aantoonbare AI-geletterdheid van iedereen die met AI werkt.
De inzet van kunstmatige intelligentie is geen toekomstscenario meer, maar dagelijkse realiteit. In 2026 behoort 72 procent van de wereldwijde beroepsbevolking tot de categorie ‘regelmatige AI-gebruiker’. Twee jaar geleden lag dat percentage nog onder de 30. Wat in korte tijd is uitgegroeid tot een structureel onderdeel van vrijwel elke sector, raakt ook de juridische praktijk. Tegelijkertijd is de vraag naar AI-vaardigheden in slechts twee jaar tijd vervijfvoudigd. Advocaten maken steeds vaker gebruik van AI voor onder meer juridische research, contractanalyse en het opstellen van eerste concepten.
Veranderende rol van de juridische professional
Het rapport schetst een fundamentele verschuiving in de rol van de juridische professional. AI doorbreekt het traditionele kennismonopolie waarop een groot deel van de juridische dienstverlening was gebaseerd. AI-systemen kunnen inmiddels juridische documenten opstellen, jurisprudentie analyseren en contractreviews uitvoeren. Daardoor verschuift de menselijke rol van uitvoering naar validatie, oordeelsvorming en strategische advisering.
Voor juristen betekent dit dat nieuwe vaardigheden essentieel worden. Het kritisch kunnen beoordelen van AI-gegenereerde output op accuraatheid, context en mogelijke bias, het formuleren van effectieve instructies voor juridische use cases en het begrijpen van de beperkingen en risico’s van AI-systemen worden kerncompetenties. Kennis van AI vermindert bovendien onzekerheid: medewerkers die AI beter begrijpen, ervaren deze technologie vaker als ondersteunend instrument in plaats van als bedreiging.
De combinatie van snelle technologische adoptie en de opkomst van een expliciet wettelijk kader maakt duidelijk dat AI-geletterdheid voor advocaten geen vrijblijvende vaardigheid meer is, maar een steeds belangrijker onderdeel van professionele beroepsuitoefening.
Wettelijke verplichting tot AI-geletterdheid
Een cruciaal juridisch onderdeel van deze ontwikkeling is de recente implementatie van de Europese AI Act. Artikel 4 van deze verordening legt een duidelijke verantwoordelijkheid bij zowel aanbieders als gebruikers van AI-systemen: zij moeten ervoor zorgen dat hun personeel beschikt over een passend niveau van AI-geletterdheid. Deze verplichting beperkt zich niet tot technische specialisten, maar omvat iedereen die AI-systemen bedient, configureert of beslissingen baseert op AI-output. Daarmee vallen ook advocaten die werken met toepassingen als generatieve AI onder de reikwijdte van de wet.
Hoewel de AI Act geen specifieke trainingsvorm of -duur voorschrijft, wordt artikel 4 door juridische experts breed geïnterpreteerd als een feitelijke trainingsplicht. Van organisaties wordt verwacht dat zij het kennisniveau van medewerkers actief verhogen en dit op passende wijze kunnen onderbouwen, bijvoorbeeld via interne documentatie, leerprogramma’s of certificering. Het ontbreken van voldoende aandacht voor AI-geletterdheid kan leiden tot toezicht- en handhavingsvraagstukken en brengt bovendien reputatierisico’s met zich mee.
Opvallend is dat deze verplichting niet afhankelijk is van de risicoclassificatie van het gebruikte AI-systeem. Ook bij laagrisico-toepassingen, zoals chatbots of ondersteunende AI-tools, moet het kennisniveau van gebruikers in verhouding staan tot de mogelijke impact en risico’s van het gebruik.





