De legal AI-markt explodeert. Elke maand verschijnt er een nieuwe tool. Ook de features, zoals jurisprudentieonderzoek en contractanalyse, zijn indrukwekkend. Maar in de praktijk werkt een jurist dagelijks al snel in zeven, acht applicaties: DSM, zaaksysteem, Word, Outlook, researchtools, interne kennisbanken. Voeg daar twee of drie AI-tools aan toe en je hebt geen tijdswinst meer, maar elf vensters die niet met elkaar praten. En daar gaat de productiviteit weer verloren. Koen Aarns is AI Product Owner bij Lefebvre Sdu, en legt uit hoe je juridische AI voor je kunt laten werken.
Door Lefebvre Sdu
Twaalfhonderd keer per dag
Kenniswerkers schakelen gemiddeld twaalfhonderd keer per dag tussen apps en websites. Die ‘micro-switches’ kosten opgeteld uren per week aan focus en heroriëntatie. Telkens moet je context opbouwen, zoeken waar je was gebleven, beslissen wat je met het resultaat doet. Vaak strandt AI-adoptie hier.
Zwemmen tussen AI-eilandjes
In de juridische praktijk zien we momenteel veel AI-eilandjes: tools die op zichzelf waardevol zijn, maar losstaan van het werkproces. De gebruiker moet telkens beslissen: wanneer stel ik een vraag, welke context geef ik erbij, waar bewaar ik het antwoord, wie reviewt het, hoe borg ik de bronnen? In een vakgebied dat draait op tempo, zorgvuldigheid en herleidbaarheid is dat veelgevraagd.
Nieuwsgierig naar de rest van het artikel? Lees hier verder.






