Steeds meer Nederlanders krijgen te maken met juridische problemen, maar een groeiende groep onderneemt geen enkele stap om die aan te pakken. Dat blijkt uit de nieuwste Geschilbeslechtingsdelta 2024 van het WODC, die een gemengd beeld geeft van de toegang tot het recht. Terwijl het gebruik van rechtshulp en procedures stabiel blijft en partijen vaker tot overeenstemming komen, lopen vooral jongeren, huurders en mensen met discriminatieklachten vast in het systeem.
Meer problemen, gemengde signalen over toegang
De Geschilbeslechtingsdelta 2024 schetst hoe burgers in de periode 2020–2024 civiel- en bestuursrechtelijke problemen ervaren, welke stappen zij nemen en welke uitkomsten zij bereiken. Zes op de tien respondenten rapporteert minstens één potentieel juridisch probleem, een stijging van 57 naar 61 procent ten opzichte van de vorige meting. De toename hangt vooral samen met meer gezondheidsproblemen door derden, meer huur- en eigendomsproblemen en werkconflicten. De coronapandemie blijkt daarbij slechts een beperkte rol te spelen: tien procent van de problemen tussen 2020 en 2022 wordt eraan toegeschreven, zonder wezenlijke invloed op het totaalbeeld.
Opvallend is dat meer mensen helemaal geen actie ondernemen. Het aandeel respondenten dat niets doet, geen contact met de wederpartij, geen rechtshulp, geen mediation of procedure, steeg van elf naar dertien procent. Tegelijkertijd neemt de groep af die zelfstandig, zonder hulpverlener, juridische stappen zet, terwijl het gebruik van advocaten, andere rechtshulpverleners en buitengerechtelijke procedures over de tijd stabiel blijft.
Drempels, kwetsbare groepen en kansen voor de praktijk
Achter het afnemende actiebereidheid schuilen diverse drempels. Veel respondenten geven aan geen stappen te zetten omdat zij denken dat er toch niets te halen valt, de weg niet kennen, het traject te stressvol vinden of te weinig tijd of geld hebben. Ongeveer de helft van de mensen met een probleem gaat online op zoek naar informatie; daarbij domineren private bronnen, met het Juridisch Loket als belangrijkste overheidssite. Ruim een kwart schakelt juridische hulp in, vooral advocaten en rechtsbijstandsverzekeraars, gevolgd door het Juridisch Loket en de politie. Signalen dat rechtshulp financieel ontoegankelijk zou zijn, ziet het WODC niet terug: Wrb-gerechtigden doen zelfs iets vaker een beroep op rechtshulpverleners dan niet-Wrb-gerechtigden.
De onderzoekers vragen expliciet aandacht voor jongeren, huurders en mensen met problemen rond discriminatie, smaad/laster en slechte behandeling door de overheid. Deze groepen ondernemen relatief vaak geen actie en beoordelen hun eigen juridische vaardigheden lager dan gemiddeld. Dat wringt met het algemene beeld: een meerderheid ziet zichzelf als juridisch redelijk tot zeer zelfredzaam, maar slechts een kleine minderheid kwalificeert het eigen probleem ook daadwerkelijk als juridisch van aard.
Voor de rechtspraktijk is relevant dat geschillen vaker eindigen in overeenstemming: bij circa 35 procent van de problemen treffen partijen een regeling, meestal zonder mediation of procedure, en die wordt in 78 procent van de gevallen als rechtvaardig ervaren. Tegelijk blijft één op de vijf problemen waarbij geen stappen meer worden gezet bij het invullen van de vragenlijst nog bestaan, vaak met forse neveneffecten zoals stress, slaapproblemen en gezondheidsschade. Het WODC werkt daarom aan verdiepend vervolgonderzoek naar de groep die ondanks ernstige problemen geen actie onderneemt, om hun ervaren gebrek aan toegang tot het recht beter in kaart te brengen.







