De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State past haar werkwijze aan na een arrest van het Europese Hof van Justitie. Voortaan zal zij in vreemdelingenzaken vaker uitgebreid toelichten waarom geen prejudiciële vraag aan het Hof wordt gesteld.
Nieuwe norm voor motivering
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kondigt aan haar uitspraken in vreemdelingenzaken voortaan uitgebreider te motiveren. Aanleiding is het arrest Remling van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 24 maart 2026. Daarin oordeelde het Hof dat nationale rechters in laatste aanleg verplicht zijn te motiveren waarom zij geen prejudiciële vraag aan Luxemburg voorleggen, ook wanneer wetgeving een verkorte motivering toestaat.
Tot nu toe kon de Afdeling bestuursrechtspraak op grond van artikel 91, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 gebruikmaken van de zogenoemde “verkorte motivering” of “91,2-uitspraak”. Dat hield in dat zij kon volstaan met het oordeel dat een hoger beroep ongegrond is, zonder dit verder te onderbouwen. Deze mogelijkheid was ingevoerd om de werklast door het grote aantal vreemdelingenzaken beheersbaar te houden.
Voortaan expliciete toelichting
Na het arrest Remling is een impliciete beoordeling van de uitzonderingen op de verwijzingsplicht niet langer voldoende. De Afdeling bestuursrechtspraak zal voortaan expliciet aangeven waarom zij geen prejudiciële vraag stelt. Daarbij moet zij concreet toelichten of sprake is van een situatie waarin de Europese rechtsvraag al beantwoord is (acte éclairé), de uitleg op voorhand duidelijk is (acte clair), of de vraag niet relevant is voor de oplossing van het geschil.
Dat betekent echter niet dat de verkorte motivering helemaal verdwijnt. In zaken waarin geen vragen over het Europees recht spelen, kan de Afdeling deze werkwijze blijven toepassen.
De Raad van State benadrukt dat zij nu alvast duidelijkheid geeft over de gevolgen van het arrest, ook al is nog geen einduitspraak gedaan in de zaak waarin de prejudiciële vragen oorspronkelijk zijn gesteld. Daarmee wil de Afdeling voorzien in transparantie over haar toekomstige rechtspraakpraktijk.





