De invoering van nieuwe asielwetten en het Europese migratiepact leidt naar verwachting tot 19.000 extra rechtszaken per jaar. De Raad voor de Rechtspraak waarschuwt voor een forse stijging van de werklast en mogelijke gevolgen voor andere rechtsgebieden.
De Raad voor de Rechtspraak voorziet een substantiële stijging van het aantal vreemdelingenzaken als gevolg van de Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026, de Asielnoodmaatregelenwet en de wet Invoering tweestatusstelsel. Naar verwachting komen er in 2028 circa 19.000 extra zaken bij, zo bericht Trouw. Bijna de helft daarvan – ongeveer 8.500 zaken – hangt samen met de invoering van het tweestatusstelsel.
In dat stelsel wordt onderscheid gemaakt tussen vluchtelingen met een A-status en personen die bescherming krijgen op subsidiaire gronden, de B-status. Voor die laatste categorie gelden beperktere mogelijkheden voor bijvoorbeeld nareis van gezinsleden. De Raad verwacht dat 75 procent van de vreemdelingen die een B-status krijgt, in beroep zal gaan om alsnog een A-status te verkrijgen. In al die zaken moet de rechter een inhoudelijk oordeel geven over de aard van de verleende verblijfsstatus.
Afschaffing voornemenprocedure
De stijging van de werklast wordt mede veroorzaakt door het afschaffen van de voornemenprocedure. Die procedure biedt nu nog de mogelijkheid om motiveringsgebreken en fouten te herstellen voordat een zaak bij de rechter terechtkomt. Zonder deze stap zullen voorbereiding, zitting en uitwerking van beroepszaken meer tijd vergen. Ook wordt verwacht dat meer beroepen gegrond worden verklaard, waarna de Immigratie- en Naturalisatiedienst opnieuw moet beslissen.
Het aantal vreemdelingenzaken neemt al jaren toe. In 2023 ging het om 44.500 zaken; in 2026 is dat aantal gestegen tot 68.900. De nieuwe wetgeving komt daar bovenop.
Gevolgen voor rechtsbescherming en capaciteit
De Raad wijst erop dat meerdere wetswijzigingen in korte tijd, die deels dezelfde bepalingen raken, onwenselijk zijn voor de uitvoeringspraktijk en de rechtszekerheid. Het is volgens de Raad van belang dat wetgeving in samenhang wordt ingevoerd.
Daarnaast onderstreept de Raad het belang van hoger beroep in asielzaken, mede met het oog op rechtseenheid en rechtsontwikkeling. Om de toename op te vangen worden nieuwe rechters en gerechtsjuristen geworven, maar opleiding kost minimaal twee jaar. Extra inzet in het vreemdelingenrecht kan ten koste gaan van capaciteit in onder meer het straf-, familie- en jeugdrecht.






