Een nieuw wereldwijd onderzoek onder 5.000 vrouwelijke juristen in 100 rechtsgebieden laat zien dat hardnekkige ongelijkheid, werkdruk en structurele barrières hun doorgroei naar leiderschap blijven belemmeren. Tegelijkertijd bewijst het onderzoek dat flexibele werktijden en mentoring daadwerkelijk verschil maken, mits werkgevers ze serieus verankeren in beleid én cultuur.
De International Bar Association (IBA) presenteert in het rapport ‘Raising the Bar: Women in Law – Phase 2 Report’ de resultaten van een grootschalige enquête naar de ervaringen van vrouwen in de juridische beroepsgroep wereldwijd. Het onderzoek bouwt voort op eerder IBA‑werk over onder meer pesten, seksuele intimidatie en mentale gezondheid in de advocatuur en schetst een consistent beeld: ondanks jarenlange aandacht voor diversiteit en inclusie blijft de top in de juridische sector overwegend mannelijk. Op basis van de ruim 5.000 reacties uit meer dan 100 landen doet de IBA concrete aanbevelingen aan kantoren, juridische werkgevers en beroepsorganisaties.
Flexibel werken en mentoring werken – maar zijn geen wondermiddel
Uit de enquête komt naar voren dat flexibele werkregelingen het meest gewaardeerde instrument zijn voor loopbaanontwikkeling: 33 procent van de respondenten noemt deze als belangrijkste positieve factor in hun carrière. Coaching en mentoring volgen met 20 procent. Tegelijk geeft een aanzienlijke minderheid aan dat bestaande regelingen in de praktijk weinig effect hebben, bijvoorbeeld door stigma rond gebruik, onduidelijke toegang of het ontbreken van steun voor vrouwen in senior posities. Vooral in de commerciële advocatuur wordt de 24/7‑beschikbaarheidscultuur genoemd als barrière voor juristen met zorgtaken.
De druk van zorgtaken is groot: ruim de helft van de respondenten heeft minderjarige kinderen, en bijna 40 procent draagt daarnaast of in plaats daarvan andere zorgtaken. Toch zijn specifieke voorzieningen schaars. Slechts een klein deel heeft toegang tot gerichte ondersteuning voor mantelzorgers of programma’s rond levensfasen zoals menopauze en vruchtbaarheidsvraagstukken, terwijl juist hier nadrukkelijk om wordt gevraagd.
Structurele problemen: discriminatie, burn‑out en gebrek aan doorstroom
De IBA signaleert terugkerende thema’s in de antwoorden: genderdiscriminatie, pesten en (seksuele) intimidatie, een hardnekkige loonkloof, ondervertegenwoordiging van vrouwen in leidinggevende functies en wijdverbreide burn‑outklachten. Eerder onderzoek van de IBA en organisaties als LawCare liet al zien dat vrouwelijke juristen gemiddeld slechter scoren op mentale gezondheid en vaker stress en uitputting ervaren dan hun mannelijke collega’s. De nieuwe survey bevestigt dat beeld en koppelt het expliciet aan werkcultuur, lange uren en prestatiedruk.
Het rapport mondt uit in een set mondiale aanbevelingen, gegroepeerd rond zes hoofdlijnen: zichtbare en toegankelijkere werkplekinitiatieven, het normaliseren van flexibel werken, structurele loopbaanpaden met mentoring en sponsoring, versterking van welzijnsbeleid, gerichte steun voor zorgverantwoordelijken en levensfasen, en betere ondersteuning van solos en kleine praktijken. De IBA roept kantoren, juridische werkgevers en beroepsorganisaties op om deze aanbevelingen lokaal te vertalen, meetbare doelen te formuleren en de voortgang actief te monitoren.






