Drie jaar na haar arrestatie verscheen Inez Weski voor het eerst in haar eigen strafzaak in de rechtbank. Centraal stond opnieuw niet de verdenking tegen haar, maar haar detentie en de vraag of zij een eerlijk proces krijgt.
Voor het eerst sinds haar aanhouding in april 2023 was de 71-jarige oud-advocaat Inez Weski aanwezig bij een pro-formazitting in haar eigen strafzaak. Weski wordt verdacht van deelname aan de criminele organisatie van haar voormalige cliënt Ridouan Taghi. Zij zou berichten van en naar Taghi hebben doorgespeeld terwijl hij vastzat in de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) in Vught.
Tijdens de zitting in Rotterdam sprak Weski uitvoerig. Zonder toga, maar in het zwart gekleed, voerde zij het woord voor zichzelf, zo meldt onder andere het Parool. De verdenkingen tegen haar kwamen echter nauwelijks aan bod. Net als bij eerdere zittingen draaide het debat om haar detentieomstandigheden na haar arrestatie.
Detentie onder vuur
Na haar aanhouding zat Weski acht à negen dagen vast op een geheime locatie op Kamp van Zeist. Die plek omschrijft zij als een ondergrondse bunker of atoombunker. In haar in 2024 verschenen boek Het geluid van de stilte schreef zij al dat zij zich daar ‘begraven’ voelde. In de rechtszaal herhaalde zij dat haar detentie levensbedreigend was en dat haar fundamentele rechten zijn geschonden.
Volgens Weski waren er ernstige gebreken: problemen met de intercom, waardoor zij geen contact kon leggen met personeel, en het ontbreken van directe toegang tot haar medicijnen. Ook stelt zij dat over haar detentie is gelogen en dat sprake is van een patroon van verhulling. Zij wil dat aanvullende stukken, onder meer verkregen via een Woo-verzoek, aan het strafdossier worden toegevoegd. Volgens haar advocaten is extra onderzoek noodzakelijk om een deugdelijk verweer te kunnen voeren.
De Inspectie Justitie en Veiligheid onderzocht de detentielocatie eerder en noemde die een niet-erkende en gecontroleerde plaats. Een passage over aandacht voor haar welzijn werd later na een klacht van Weski teruggenomen omdat daarvoor geen feitelijke basis bestond.
OM: poging tot vertraging
Het Openbaar Ministerie verzet zich tegen nieuw onderzoek. Volgens de officier van justitie zijn de verzoeken ‘oude wijn in nieuwe zakken’ en wordt geprobeerd het proces te vertragen. Er zouden slechts kleine fouten zijn gemaakt tijdens de detentie, die geen gevolgen hebben voor de vervolging. Het OM benadrukt dat het na drie jaar tijd is om de inhoud van de zaak te behandelen.
De rechtbank beslist op 10 maart over de onderzoekswensen. De inhoudelijke behandeling staat gepland vanaf 2 april 2026.







