Martha Ande is partner bij Franssen Advocaten in Amsterdam. Dit kantoor is opgericht door haar ex-patroon: Peggy Franssen. Wat kenmerkt de band tussen deze twee advocaten en wat hebben ze van elkaar geleerd?
De cliënten van Franssen Advocaten wonen tijdelijk of langer in Nederland en komen uit de hele wereld; van de VS en Brazilië tot Groot-Brittannië en India. De expats en andere internationals komen bij het Amsterdamse kantoor met vragen over (internationaal) familierecht en immigratierecht.
Zo stond Peggy Franssen jarenlang een Oekraïense vrouw bij na haar vechtscheiding. De advocaat procedeerde jarenlang over een woning die vóór het huwelijk was gekocht. Hoewel de rechter steeds oordeelde dat haar cliënt ook recht op het huis had bleef de ex-man zich verzetten. Uiteindelijk kwam het goed.
“Later kwam mijn cliënt naar kantoor om me uitgebreid te bedanken. Ze zei dat ik veel voor haar had betekend. Ze had het geld uit de verkoop van het huis ontvangen en was gelukkig. Een groot verschil met ons eerste gesprek! Ze was toen onzeker en gestrest.” De reactie emotioneerde Franssen. Immers: “Als advocaat wil je iets positiefs toevoegen aan het leven van cliënten.”
Haar collega Martha Ande had een soortgelijke ervaring met een Eritrees Nederlandse cliënt die zijn zoons al acht maanden niet had gezien. “De moeder had hem buitengesloten, zonder gegronde reden en ondanks zijn goede band met de kinderen. Hij wist niet waar hij als vader recht op had en was dolgelukkig toen ik via een voorlopige voorzieningenprocedure had gezorgd dat zijn ex-vrouw moest meewerken aan een omgangsregeling.”
Net als deze cliënt heeft Ande roots in Eritrea. De oorlog met buurland Ethiopië dreef haar ouders eind jaren tachtig naar Nederland. Ze is geboren Leeuwarden, waar haar ouders destijds in een AZC terechtkwamen. In 2021 begon ze als juridisch secretaresse/paralegal bij Franssen Advocaten en werd ze vervolgens advocaat-stagiaire. Onlangs rondde ze haar stage af en is ze partner bij het kantoor dat is opgericht door haar ex-patroon Franssen.
Franssen komt uit Limburg, maar verhuisde na haar studie naar Amsterdam. “Ik wilde wonen tussen diverse soorten mensen en culturen.” Sinds 2013 runt ze haar eigen kantoor, maar ze begon haar carrière in 1999 bij Everaert Advocaten Immigration Lawyers in Amsterdam met Hans Jager als patroon.
Zijn belangrijkste les?
Franssen: “We hadden toen nog een postboek. Had je iets geschreven, dan moest je de print daarin leggen. Aan het eind van de dag ging hij er met een rode pen doorheen. Mijn eerste brieven stonden vol strepen. Zijn boodschap: schrijf kort en bondig.
Al snel runde ik mijn eigen praktijk als advocaat-stagiaire. Door vallen en opstaan leerde ik mezelf het vak. Gelukkig had ik behulpzame collega’s. Voordat Martha haar stage begon, had ze als paralegal al ervaring opgedaan met het immigratierecht. Het familierecht was echter nieuw voor haar.
In het begin vroeg ik geregeld naar haar zaken en zat ik bij haar cliëntgesprekken. Maar heel snel vertrouwde ik erop dat ze het alleen afkon. Je leert het vak het snelst als je zelf naar zittingen gaat, besprekingen doet en dossiers opbouwt.”
Hup, in het diepe.
Ande: “Ja, maar ik kon altijd terecht bij Peggy en onze toenmalige collega Jeremy Bierbach. Verblijfsvergunningen, echtscheidingen. Er staat vaak veel op het spel. Omdat ik bang was om verkeerd te adviseren, stelde ik véél vragen. Peggy laat mensen in hun waarde. Ze oordeelt amper en gaf mij nooit het gevoel dat ik maar een beginneling was.”
Waar hamerde je bij Martha op?
Franssen: “Houd overzicht! Een deadline missen kan fataal zijn. Structureer je werk en plan vooruit. Elke ochtend open ik mijn schrift waarin ik bijhoud wat ik nog moet doen. Elk mailtje, telefoontje, álles. Zodra ik erin kijk, weet ik wat ik die dag moet doen. Het is dan een kwestie van afstrepen.”
Ande: “Ik ben van nature minder gestructureerd. Termijnen noteer ik natuurlijk wél altijd.”
Franssen: “Als advocaat-stagiaire heb je doorgaans maar enkele zaken. Als partner moet je een praktijk runnen en een behoorlijke omzet draaien. Je moet dus veel verschillende dossiers doen. Lopen er honderd tegelijk, dan is structuur onmisbaar.”
Ande: “Ik weet dat ik nog gestructureerder moet werken. Van nature ben ik ook een gehaast persoon. Ik probeer bedachtzamer te zijn. Ik trek nu minder snel conclusies en herlees mijn stukken vaker.”
Franssen: “Over het algemeen is zij losser. Hebben we een lunchafspraak om 13.00 uur, dan ben ik op tijd klaar. Zij niet. Nog één telefoontje, zegt ze dan.
Ik ben ook voorzichtiger dan zij en zie altijd beren op de weg. Twijfel ik over het aannemen van een zaak, dan zegt ze vaak: ‘Waarom niet, let’s do it.’ Dat enthousiasme, daar leer ik van. We vullen elkaar aan.
Haar enthousiasme heeft ook een keerzijde: ze is geneigd om door te denderen. Ze moet vaker een time-out nemen. Vooral familierechtzaken kosten veel energie.”
Verklaar.
Franssen: “In onze praktijk gaat het niet alleen om cijfers, maar om persoonlijke verhalen. Vergeleken met immigratierecht is familierecht heftiger. Wil een cliënt een verblijfsvergunning, dan vertel je wat daarvoor nodig is, dient de aanvraag in en wacht op antwoord van de IND. Maar in de familiepraktijk, vooral bij vechtscheidingen, ben je zelf gevloerd na een lastige zitting, gesprek of mediation.
De emoties van cliënten en hun stress zijn intens. Zo vertegenwoordig ik nu een Japanse vrouw met twee meerderjarige inwonende kinderen die financieel in de knel zit door het abrupte vertrek van haar man. Bij zulke zaken ben je meer coach dan advocaat. Zulke dossiers kun je niet aan de lopende band doen.
Het risico bestaat dat je ze mee naar huis neemt en slapeloze nachten hebt. Dat heb ik gehad toen ik begon. Nu is dat minder. Het helpt mij om te sporten, wandelen of yoga te doen. Door fysiek bezig te zijn, zit ik minder in mijn hoofd. Ook neem ik soms een dag vrij en plan ik vakanties.”
Ande: “Ik doe dat minder vaak. Sinds kort heb ik een personal trainer. Misschien ga ik door hem vaker sporten.
Zoals ik er nu insta, wil ik dit werk nog jaren doen. Geweldig al die cliënten met hun eigen culturen en verhalen. En dat in combinatie met twee boeiende rechtsgebieden!
Net als Peggy wil ik bij de vereniging Familie- en erfrecht Advocaten en Scheidingsmediators (vFAS) de specialisatieopleiding Internationaal Privaatrecht gaan doen en een internationale echtscheidingsspecialist worden.”
Martha’s kracht als advocaat?
Franssen: “Mede door haar migratieachtergrond kan ze zich goed verplaatsen in de belevingswereld van onze internationale cliënten. Ze creëert makkelijk een band met hen en wint snel hun vertrouwen. Kun je dat niet, dan kom je nergens.”
Ande: “Als kind switchte ik toch een beetje tussen de Eritrese cultuur thuis en de Nederlandse daarbuiten. Ik merk dat ik me als een kameleon kan bewegen tussen verschillende bevolkingsgroepen.”
Franssen: “Door haar verhalen besef ik dat je meer uitdagingen hebt als je opgroeit in een niet-honderd procent Nederlands gezin. Je wordt sneller in een hokje geplaatst.”
Ondanks dat verschil hebben we veel gemeen. We wisten bijvoorbeeld allebei al vroeg dat we advocaat wilden worden. Dat is ons gelukt zonder voorbeelden in onze directe omgeving en zonder kruiwagens. Op eigen kracht, dus. We zijn selfmade.
Ons kantoor is klein. Ik zou graag meer collega’s hebben. Maar eerst maar eens dit jaar afwachten, nu we allebei partner zijn.”
Jullie relatie?
Ande: “We zijn gaandeweg vrienden geworden.”
Franssen: “Voordat ze partner werd, was ze mijn werknemer en was er een soort hiërarchie. Nu zijn we gelijkwaardiger.”
Ande, lachend: “Er zijn nu nog minder grenzen. We deelden altijd al veel, ook privédingen. Tegenwoordig delen we álles. We zijn de schaamte voorbij.”





