Het College van Toezicht advocatuur (CvT) ziet in zijn jaarverslag 2025 een verdere professionalisering van het toezicht op advocaten, maar ook hardnekkige knelpunten. De nadruk ligt nog te veel op repressief optreden, terwijl bureaus kampen met kwetsbare capaciteit en een golf aan complexe klachten en artikel 13-verzoeken.
De kernopdracht van het CvT is met een onafhankelijke blik van buiten te kijken naar de werking van het toezicht op advocaten en de klachtbehandeling door de lokale dekens. Het college toetst of dit toezicht zichtbaar, onafhankelijk, effectief, professioneel en consistent wordt uitgeoefend, met als hoger doel het waarborgen van de kernwaarden in de advocatuur. In het algemeen constateert het CvT dat het toezicht verder professionaliseert en effectiever wordt, met veel expertise bij dekens en ordebureaus op het gebied van klachtbehandeling en tuchtrecht.
Kwetsbare capaciteit en druk op de dekens
Uit de dekenbezoekronde 2025 komt naar voren dat de capaciteit van de ordebureaus kwetsbaar blijft. Veelklagers, een sterke toename van verzoeken om een advocaat toegewezen te krijgen op grond van artikel 13 Advocatenwet en complexere, mondige en proceslustige klagers zorgen voor extra druk. Volgens het CvT hangt de groei van artikel 13-verzoeken deels samen met tekorten in de sociale advocatuur.
De advocatuur staat bovendien onder een steeds sterker maatschappelijk en politiek vergrootglas. Het gezag van dekens en CvT wordt niet meer vanzelf geaccepteerd; mediabelangstelling voor individuele toezichtzaken neemt toe, terwijl dekens vanwege geheimhouding en verschoningsrecht slechts beperkt uitleg kunnen geven. Het aantal meldingen van bedreigde advocaten is aanzienlijk gestegen, waardoor weerbaarheid en veiligheid nadrukkelijk op de agenda staan.
Meer preventief toezicht en uniforme werkwijze
Het CvT herhaalt zijn kritiek dat de nadruk in de praktijk nog steeds te veel ligt op repressief toezicht. Het preventief, risicogestuurd toezicht is wel goed ontwikkeld voor financieel toezicht, maar veel minder voor het niet-financiële domein. Verdere doorontwikkeling van dit preventieve, niet-financiële risicotoezicht en betere registratie en planning van kantooronderzoeken kunnen de effectiviteit vergroten, aldus het college.
Daarnaast blijft uniformering van werkwijze en registratie een speerpunt. Ondanks stappen richting centralisatie van toezicht via het dekenberaad en ondersteuning door de Landelijke Organisatie Toezicht Advocatuur blijven lokale verschillen in uitvoering en klachtbehandeling bestaan. Het CvT acht verdere uniformering van klachtprocedure, handhavingsgezichtspunten en datagedreven toezicht nodig om professionaliteit en consistentie te versterken.
Tot slot wijst het CvT op het belang van onafhankelijkheid bij de inzet van leden van raden van de orde in het toezicht, en dringt het aan op een wettelijke basis voor doorverwijzing naar een andere deken bij (de schijn van) belangenverstrengeling. Tegelijkertijd roept het college op tot voortvarende oprichting van de landelijke Onafhankelijke Toezichthouder Advocatuur, waarbij een “blik van buiten” behouden blijft.
Lees hier het volledige jaarverslag





