Ondanks een meerderheid van de leden die zich daar wél voor uitsprak, blijft de algemene raad van de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) bij haar besluit om geen standpunt in te nemen over de situatie in Gaza. De raad verwijst naar de wettelijke taken en onafhankelijkheid van de beroepsorganisatie.
Geen gevolg aan ledenvergadering
De algemene raad van de NOvA ziet geen aanleiding om gevolg te geven aan de uitkomsten van de landelijke ledenvergadering van 2 december 2025 in Utrecht, zo meldt het Advocatenblad. Tijdens die bijeenkomst, waaraan 219 advocaten deelnamen, stemde een ruime meerderheid voor een stellingname van de Orde over de gebeurtenissen in Gaza. De vergadering was belegd op verzoek van een groep advocaten die over dit onderwerp in gesprek wilde gaan en wilde weten of de NOvA zich daarover als beroepsorganisatie moest uitspreken.
Eerder had de NOvA, naar aanleiding van een oproep van de actiegroep Advocaten voor de Vrede, al laten weten geen standpunt te zullen innemen. Hoewel alle ingediende moties tijdens de vergadering werden aangenomen, besluit de algemene raad ook na heroverweging haar eerdere lijn te handhaven.
Onafhankelijke rol van de advocatuur
In een verklaring spreekt de algemene raad haar waardering uit voor de advocaten die tijdens de vergadering hun visie deelden. De raad zegt begrip te hebben voor de persoonlijke opvattingen over de situatie rond Israël en de Palestijnse gebieden, maar benadrukt dat advocaten hun meningen binnen de beroepsgrenzen van artikel 46 van de Advocatenwet moeten uiten.
De raad geeft aan de afweging opnieuw te hebben gemaakt, maar blijft bij de visie van medio 2025. De NOvA benadrukt dat zij in het belang van een goede rechtsbedeling een behoorlijke uitoefening van de advocatenpraktijk wil bevorderen, de toegang tot het recht waarborgen en een onafhankelijke positie in de rechtsstaat wil behouden.
Volgens de algemene raad is het innemen van een standpunt over situaties die niet binnen dit kader vallen, zoals de kwestie Gaza, niet passend binnen de verantwoordelijkheden van de NOvA als publiekrechtelijke beroepsorganisatie.





