De Nederlandse orde van advocaten (NOvA) heeft randvoorwaarden opgesteld voor een kantoorvergoeding voor de sociale advocatuur. Zonder deze vergoeding is het voortbestaan van een toegankelijke rechtsbijstand voor alle Nederlanders in gevaar.
De sociale advocatuur staat onder zware druk. Om de continuïteit van het stelsel te waarborgen, moeten in de komende tien jaar circa 3.000 nieuwe sociaal advocaten worden geworven én behouden. Dat is een forse opgave, want er zijn steeds minder advocatenkantoren waar sociaal advocaten werken. Samenwerkingsverbanden vallen uit elkaar en het aantal eenpersoonspraktijken groeit juist. Een belangrijke oorzaak is dat de huidige vergoeding is gebaseerd op de kosten van een eenpersoonspraktijk, waardoor kantoorkosten nauwelijks te dekken zijn.
Opleiden van stagiairs als sleutelvoorwaarde
Een ander knelpunt is de opleiding van advocaat-stagiairs. In een eenpersoonspraktijk is dat vrijwel niet te realiseren, terwijl het voor kantoren momenteel financieel te zwaar is om stagiairs in dienst te nemen. Juist daarin schuilt een groot gevaar voor de toekomst: zonder voldoende opleidingsplekken stroomt er geen nieuwe generatie sociaal advocaten in.
De NOvA ziet de invoering van een kantoorvergoeding als de oplossing, conform het advies van de commissie Van der Meer II van ruim een jaar geleden. De Raad voor Rechtsbijstand heeft de opgestelde randvoorwaarden getoetst en beoordeelt deze als uitvoerbaar.
Om voor de vergoeding in aanmerking te komen, gelden de volgende voorwaarden: een kantoor moet uit minimaal drie advocaten bestaan, waarbij elke advocaat gemiddeld 500 toevoegingspunten per jaar behaalt. Daarnaast moet het kantoor advocaat-stagiairs opleiden — één stagiair per drie tot vijf advocaten — en die stagiairs in loondienst hebben. Verder worden eisen gesteld aan kwaliteitsborging, specialisatie en een professionele bedrijfsvoering. Uitvoering en controle worden belegd bij de Raad voor Rechtsbijstand.
Extra investering van 15 miljoen euro
Uit onderzoek van het Kenniscentrum Stelsel Gesubsidieerde Rechtsbijstand blijkt dat de invoering van de kantoorvergoeding een extra structurele investering van 15 miljoen euro vereist. De NOvA roept de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op deze vergoeding snel in te voeren. De organisatie wijst erop dat de kantoorvergoeding een randvoorwaarde is voor een duurzame, kwalitatief goede en onafhankelijke advocatuur — een essentiële pijler van de democratische rechtsstaat. Op korte termijn kunnen aanvullende, tijdelijke maatregelen nodig zijn om acute tekorten op te vangen.





