Aangetekende juridische post bereikt geadresseerden steeds vaker niet, met als gevolg dat bestuursrechters regelmatiger termijnoverschrijdingen moeten “verschonen”. De Commissie rechtseenheid bestuursrecht luidt hierover de noodklok in haar jaaroverzicht 2025.
De Commissie rechtseenheid bestuursrecht, waarin de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de Hoge Raad, de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het bedrijfsleven zijn vertegenwoordigd, bespreekt in haar jaaroverzicht 2025 uitvoerig de zogeheten postproblematiek. Bestuursrechters krijgen volgens de Commissie in toenemende mate te maken met beroepen op verschoonbare termijnoverschrijding, omdat belanghebbenden stellen dat zij een aangetekend verzonden stuk of het afhaalbericht nooit hebben ontvangen. De colleges signaleren dat aangetekende post de geadresseerde “in toenemende mate” niet bereikt en dat dit rechtstreeks doorwerkt in de ontvankelijkheidstoets.
Eenzelfde beoordelingskader bij alle hoogste bestuursrechters
De Commissie benadrukt dat de hoogste bestuursrechters daarbij hetzelfde beoordelingskader hanteren wanneer een belanghebbende stelt een aangetekend stuk of afhaalbericht niet te hebben ontvangen. Eerst wordt onderzocht of het postvervoerbedrijf het stuk op regelmatige wijze op het adres van de belanghebbende heeft aangeboden, bijvoorbeeld doordat uit het interne systeem blijkt dat het stuk is uitgereikt of een afhaalbericht is achtergelaten. Deze registratie rechtvaardigt het vermoeden dat het stuk correct is aangeboden.
Vervolgens ligt het op de weg van de belanghebbende om dat vermoeden te ontzenuwen door feiten en omstandigheden aan te voeren die aanleiding geven om redelijkerwijs te twijfelen aan de ontvangst of aanbieding. Cruciaal is dat de belanghebbende niet hoeft te bewijzen dat het stuk daadwerkelijk niet is ontvangen of aangeboden; een serieuze twijfel is voldoende. Binnen dit kader is er ruimte om de concrete problemen met de bezorging van aangetekende post mee te wegen, bijvoorbeeld structurele verstoringen of eerdere incidenten op hetzelfde adres.
Onwenselijke versterking van verschoningsberoepen
Volgens de Commissie leidt dit beoordelingskader er in de praktijk toe dat beroepen op verschoonbare termijnoverschrijding regelmatig slagen. De minder accurate postbezorging versterkt die tendens op een manier die de Commissie als onwenselijk kwalificeert, omdat de rechter steeds vaker wordt gedwongen om procesrechtelijke termijnen te corrigeren vanwege gebrekkige postdienstverlening. In haar jaaroverzicht maakt de Commissie hiermee duidelijk dat de problematische postbezorging allang geen incident meer is, maar een structurele factor in de bestuursrechtelijke rechtsbescherming.






