Onderzoek naar buitengerechtelijke echtscheiding laat zien dat de veronderstelde voordelen, zoals lagere kosten, kortere doorlooptijden en minder druk op de rechtspraak, niet zonder meer kunnen worden aangetoond. Of een procedure buiten de rechter om wenselijk is, hangt volledig af van de wijze waarop deze wordt ingericht.
In Nederland kan een huwelijk uitsluitend worden ontbonden via een beschikking van de rechtbank. Al sinds de jaren zeventig wordt periodiek nagedacht over de invoering van een buitengerechtelijke echtscheidingsprocedure, maar eerdere wetsvoorstellen, waaronder die van Luchtenveld (2004) en Teeven (2014), hebben nooit de eindstreep gehaald. Naar aanleiding van vragen in de Tweede Kamer liet de minister voor Rechtsbescherming in 2024 opnieuw onderzoek uitvoeren naar de voor- en nadelen van scheiden zonder rechter, specifiek voor paren zonder minderjarige kinderen. Tilburg University en de Radboud Universiteit voerden dit onderzoek uit in opdracht van het WODC.
Beperkte rol rechter in de praktijk
In de huidige procedure is de rol van de rechter bij echtscheidingen op gemeenschappelijk verzoek al minimaal: de rechter toetst de inhoud van het echtscheidingsconvenant niet en in veruit de meeste zaken vindt ook geen mondelinge behandeling plaats. De rechtsbescherming van partijen wordt in de praktijk niet zozeer door de rechter geboden, maar door de verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat, die gebonden is aan wettelijke beroeps- en gedragsregels en onderworpen is aan tuchtrecht.
Uit een enquête onder ruim 400 gescheiden personen blijkt dat de meerderheid de rechter als weinig toegevoegde waarde ervaart. De meesten maakten zelf afspraken over de gevolgen van de scheiding, doorgaans met ondersteuning van een professional. Een meerderheid staat positief tegenover de mogelijkheid van scheiden zonder rechter, mits aan voorwaarden wordt voldaan — zoals een verplichting tot het maken van afspraken en toetsing daarvan door een onafhankelijke professional.
Geen garantie op efficiëntievoordelen
Professionals zijn terughoudender: het schrappen van de rechter leidt volgens hen niet vanzelfsprekend tot aanzienlijke tijdswinst of kostenbesparing. Ook voor de rechtspraak zelf lijkt de winst beperkt. Minder verplichte begeleiding kan de efficiëntie vergroten, maar roept tegelijk zorgen op over de bescherming van kwetsbare partijen bij wie sprake kan zijn van onevenwichtige machtsverhoudingen.
Rechtsvergelijkend onderzoek in negen EU-landen — waaronder Frankrijk, Italië, Spanje en Portugal — laat zien dat buitengerechtelijke echtscheiding elders inmiddels de dominante vorm is bij scheidingen op gemeenschappelijk verzoek. De concrete invulling verschilt sterk per land, maar in alle landen vindt minimaal een procedurele toets plaats. Aanvullende waarborgen zoals verplichte bedenktijden of notariële betrokkenheid komen eveneens voor.
De onderzoekers concluderen dat de kernvraag niet is óf een buitengerechtelijke procedure wenselijk is, maar onder welke voorwaarden deze verantwoord kan worden vormgegeven. Ze schetsen acht mogelijke procedures met bijbehorende voor- en nadelen. De uiteindelijke keuze is volgens hen aan de politiek.








