Volgens het WODC zijn aanpassingen in wet- en regelgeving nodig om de tbs-behandeling bij lange combinatievonnissen beter te laten verlopen. Onderzoekers wijzen daarbij onder meer op de rechtspositie van tbs-gestelden en de gevolgen van latere behandelingstrajecten.
Het aantal combinatievonnissen van tbs met een gevangenisstraf van tien jaar of langer is de afgelopen jaren significant gestegen. Dat blijkt uit onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) naar langdurige gevangenisstraffen voorafgaand aan tbs-behandeling. In totaal werd in de periode 2000 tot en met 2024 160 keer een combinatievonnis van tien jaar of langer opgelegd.
Volgens het WODC is vooral de afschaffing van de Fokkensregeling van invloed geweest op de start van de tbs-behandeling. Onder die regeling konden tbs-gestelden al na een derde van de opgelegde gevangenisstraf starten met behandeling. Sinds de afschaffing daarvan moet in beginsel twee derde van de straf worden uitgezeten voordat de behandeling begint. Met de invoering van de Wet straffen en beschermen in 2021 werd de aanvang van de tbs-behandeling bij gevangenisstraffen van meer dan zes jaar verder vertraagd.
Volgens het WODC staan bij lange combinatievonnissen verschillende strafdoelen onder druk, waaronder vergelding, beveiliging van de maatschappij en succesvolle behandeling.
Rechtspositie en wetswijzigingen
Uit de juridische analyse blijkt dat eerdere plaatsing in een tbs-kliniek nog wel mogelijk is via uitzonderingsgronden, maar dat hierover uiteindelijk door de minister wordt beslist. Volgens het WODC kan daarmee sprake zijn van een minder sterke rechtspositie voor tbs-gestelden dan wanneer een rechter die beslissing zou nemen. Onderzoekers adviseren daarom te overwegen deze bevoegdheid bij de rechter neer te leggen.
Daarnaast adviseert het WODC om de Fokkensregeling opnieuw in te voeren, in ieder geval bij combinatievonnissen van langer dan zes jaar. Ook zou de generieke bepaling uit de Verlofregeling tbs moeten verdwijnen die verlof koppelt aan de datum van voorwaardelijke invrijheidstelling. Volgens het WODC kan die regeling een eerdere start van behandeling en resocialisatie bemoeilijken.
Andere mogelijke wijzigingen die in het rapport worden genoemd zijn het maximeren van de gevangenisstraf die samen met tbs kan worden opgelegd, het beperken van de strafduur afhankelijk van de mate van toerekeningsvatbaarheid en het voorwaardelijk opleggen van tbs, waarbij pas tegen het einde van de gevangenisstraf wordt beoordeeld of uitvoering van de maatregel nog noodzakelijk is.
Gevolgen voor behandeling
In het onderzoek worden negen domeinen van mogelijke detentieschade genoemd, waaronder schade aan de psychische gezondheid, het brein, zelfredzaamheid en de basisvoorwaarden voor re-integratie. Volgens behandelaren hebben tbs-gestelden met een lange gevangenisstraf vaak meer tijd nodig om te wennen aan het klimaat in een tbs-kliniek, een proces dat in het rapport wordt omschreven als ‘ontbajesen’.
Ook adviseren onderzoekers om al tijdens detentie te beginnen met onderdelen van de behandeling, zoals delictanalyse, traumabehandeling, schematherapie en verslavingshulp.









