Het Openbaar Ministerie (OM) eist twaalf jaar gevangenisstraf tegen twee mannen voor een bomaanslag onder de auto van een Rotterdamse advocaat bij de Maastunnel in december 2024. De aanslag geldt volgens justitie als een mislukte liquidatie, terwijl het motief onduidelijk blijft. Paul Vugts, misdaadverslaggever van Het Parool, plaatst de zaak in een bredere ontwikkeling waarin geweld tegen advocaten en de druk op de rechtsstaat toenemen.
Bomaanslag bij Maastunnel
Op 11 december 2024 ontplofte rond 08.30 uur een explosief onder de Mercedes van de advocaat, terwijl hij bij een stoplicht bij de Maastunnel onderweg was naar zijn werk. De springstof, PETN, was aan de achterkant bij de benzinetank bevestigd en werd vermoedelijk op afstand tot ontploffing gebracht door in te bellen op een modem; de airbag sprong open, een band liep leeg en delen van de auto vlogen los, maar de advocaat bleef ongedeerd.
De officier van justitie spreekt van een mislukte liquidatie en kwalificeert de aanslag als poging tot moord, waarbij het onderzoek naar de achtergronden “op niets is uitgelopen”. Het slachtoffer noemt het “je ergste nachtmerrie” dat iemand een aanslag op je leven pleegt terwijl je niet weet waar de dreiging vandaan komt en houdt rekening met een persoonsverwisseling, ondanks een oude ruzie uit zijn tijd in een coffeeshop.
Uitvoerige voorbereiding, twist over bewijs
Justitie verdenkt Franklove (Franky) A. (43) uit Zoetermeer en Juri G. (36) uit Den Haag ervan de aanslag uitvoerig te hebben gepland en voorbereid. Zij zouden meerdere voorverkenningen hebben gedaan bij adressen waar de advocaat verbleef, een peilbaken en explosief onder de auto hebben aangebracht en de bom de volgende ochtend op afstand hebben geactiveerd; volgens het OM zijn zij daarbij herhaaldelijk vastgelegd op camerabeelden en gekoppeld aan een gehuurde of gebruikte auto en ANPR‑gegevens.
G. erkent dat hij een simkaart kocht voor een tracker onder de auto, maar stelt dat hij handelde in opdracht van een onbekende persoon die nooit is gevonden, terwijl beide verdachten iedere betrokkenheid bij poging moord of doodslag ontkennen. De verdediging wijst op de volgens hen beperkte schade aan de auto en betoogt dat niet kan worden bewezen dat hun cliënten de gefilmde personen zijn, zodat vrijspraak moet volgen en niet gesproken kan worden van poging moord of poging zwaar lichamelijk letsel.
Aanslag op advocaat raakt rechtsstaat
Het OM benadrukt dat het plaatsen van een explosief onder de auto van een advocaat niet alleen een aanval op een individu is, maar ook de rechtsstaat raakt doordat het vertrouwen in de veiligheid van advocaten en andere juridische professionals wordt ondermijnd. Volgens justitie rechtvaardigen de ernst van de daad, het potentiële dodelijke gevaar voor de advocaat en de omgeving en de impact op de rechtsorde de geëiste gevangenisstraf van twaalf jaar.
De advocaat werd na de aanslag in een beveiligingsprogramma geplaatst, terwijl de rechtbank zich nu moet buigen over de vraag of wettig en overtuigend bewezen kan worden dat sprake is van een poging tot moord; de uitspraak wordt over enkele weken verwacht




