Het Hof van Discipline heeft definitief geoordeeld dat advocaat Rianne van der Heijden uit Son zich niet langer advocaat mag noemen. Ze liet bewust onduidelijkheid bestaan over haar rol in een conflict op bungalowpark ’t Strijbos in Waalre, loog meerdere keren tegen de deken en de tuchtrechter, en zette klagers onder druk.
Van der Heijden werd in 2023 ingeschakeld door de ontwikkelaars van bungalowpark ’t Strijbos in Waalre. Ze was op dat moment al jaren jurist, gespecialiseerd in vraagstukken binnen de paardensector, en volgde tegelijkertijd de beroepsopleiding tot advocaat bij een kantoor in Limburg. Ze kende de ontwikkelaars van het park, waar al enige tijd een conflict speelde met bungaloweigenaren over onder meer gebreken bij de oplevering, scheve erfgrenzen en het verhuren van de recreatiewoningen.
Om een gang naar de rechter te voorkomen, besloten beide partijen in november 2023 het gesprek aan te gaan. De bungaloweigenaren gaven daarbij nadrukkelijk aan geen advocaat bij het overleg te willen. De ontwikkelaar stelde hen gerust: er zou alleen een adviseur aanwezig zijn die juridisch onderlegd is. Het gesprek verliep constructief.
Verwarring over rol advocaat
Ruim twee maanden later ontvingen de bungaloweigenaren echter een e-mail waaruit bleek dat Van der Heijden vanaf dat moment het woord voerde namens de ontwikkelaars. Daarmee ontstond verwarring: was ze tijdens het eerdere gesprek dan óók al als advocaat van ’t Strijbos aanwezig? Dat had ze volgens de bungaloweigenaren nooit kenbaar gemaakt. Van der Heijden stelde zelf dat ze had vermeld advocaat te zijn, maar niet die van ’t Strijbos. Volgens de gedragsregels van de advocatuur mag er nooit onduidelijkheid bestaan over de hoedanigheid van een advocaat.
De verwarring over haar rol hoefde op zichzelf niet te leiden tot schrapping van het tableau. Maar de opstelling van Van der Heijden tijdens de klachtprocedure riep bij de raad van discipline de vraag op of ze überhaupt geschikt is om advocaat te zijn. Zo concludeerde de raad dat ze herhaaldelijk had gelogen tegen de deken en de tuchtrechter, onder meer over nevenwerkzaamheden die ze verrichtte voor ’t Strijbos terwijl ze in loondienst was bij het Limburgse advocatenkantoor. Haar patroon was hiervan niet op de hoogte, terwijl zij verklaarde van wel. Mede hierom werd ze op staande voet ontslagen, zoals terug te lezen in het Eindhovens Dagblad.
Daarnaast dreigde ze de bungaloweigenaren die een klacht indienden aansprakelijk te stellen voor proceskosten, vorderde ze een kopie van hun identiteitsbewijs en kondigde ze aan aangifte te willen doen wegens smaad en laster. Het hof noemt dit gedrag uitdrukkelijk stuitend. Het hof concludeert dat Van der Heijden de kernwaarden van de advocatuur onvoldoende begrijpt en zelfs de toepassing van het tuchtrecht heeft belemmerd en ondermijnd. Schrapping van het tableau is daarmee de enige passende en geboden maatregel.




