Rick van der Vijver werkt sinds vorig jaar als advocaat-stagiair bij Maartje Schaap Strafrechtadvocaten. Zijn patroon is de naamgeefster van dit Groningse kantoor. Wat kenmerkt hun band en wat leren ze van elkaar?
“Ik zeg vaak tegen advocaat-stagiairs dat de advocatuur in het begin helemaal ruk is”, vertelt Maartje Schaap (44). Haar pupil, Rick van der Vijver (27) vindt dat ‘wat gechargeerd’. “Jij had al ervaring voordat je advocaat werd”, repliceert ze. “Ik was pas 22 en wist niets. Ik deed stoer in die toga, maar ik hoor de rechter nog zeggen: ‘Mevrouw Schaap, waar wilt u heen?’ Ik heb duizenden keren gedacht: laat me hier sterven, ik ga dit nóóit meer doen.”
Inmiddels is ze al twintig jaar advocaat. Bij De Haan ontwikkelde ze zich tot strafrechtspecialist. Toen dit Noord-Nederlandse kantoor in 2020 afscheid nam van zijn strafrechtsectie, gingen de strafpleiters onder haar leiding verder als Maartje Schaap Strafrechtadvocaten in Groningen.
Van der Vijver werkte vier jaar als student-medewerker bij TRIP, waar hij straf- en bestuursrecht deed. Omdat hij zich volledig in het commune strafrecht wilde bekwamen, vertrok hij. Sinds vorig jaar augustus is hij Schaaps advocaat-stagiair en leidt zij hem door de strafrechtpraktijk. “Vóór de advocatuur zat ik bij het OM. Ik ga nooit in een ander rechtsgebied werken”, aldus Schaap.
Want?
Schaap: “Goede strafrechtadvocaten zijn essentieel. De overheid krijgt steeds meer mogelijkheden om in te breken op rechten van verdachten; het aantal bijzondere opsporingsmethoden stijgt, zoals bij het afluisteren van telefoons. De macht van de overheid is echter niet onbegrensd. Er moet een balans zijn tussen een effectieve opsporing en de rechtsinbreuken die zijn toegestaan. Strafpleiters bewaken dat evenwicht. Door te controleren of de regels zijn nageleefd én daar consequenties aan te verbinden als dat niet zo is.”
Van der Vijver: “Bij een groot kantoor werk je voor overheden en multinationals. Wij helpen niet het grote geld, maar juist het individu. Dát geeft mij voldoening.”
Even terug.
Schaap: “Ik begon bij Tiebaut Advocaten, Martin Schuring was mijn patroon. Ik deed familie-, huur- en strafrecht en heb met rubberen laarzen in de klei bij Vlagtwedde gestaan – of een kerstboom al dan niet op de erfgrens stond.
Mijn patroon en ik namen elke ochtend de post door. Bij iedere brief stelde hij vragen: waar gaat dit over, wat moet jij ermee? Daarna ging ik schrijven: dagvaardingen, aanmaningen, conclusies.
Hoewel ik ontelbare vragen had, gaf hij me nooit het gevoel dat ik dom was. Prettig dat hij zo benaderbaar was! Ik wil dat ook zijn. Rick kan me altijd met van alles en nog wat bellen, dus ook als hij er doorheen zit.”
Van der Vijver: “Behalve dat Maartje heel toegankelijk is, vind ik het fijn dat ze niet in mijn nek hijgt.”

Vertel!
Van der Vijver: “Ik doe onder meer zaken die zij doorspeelt – klachten bij niet-vervolging, politierechterdossiers. Pas als ik iets niet zeker weet, vraag ik hulp.”
Schaap: “Bij Rick hoef ik nooit iets vanaf nul voor te kauwen. Hij heeft meestal al een idee over de aanpak. Geef ik een tip, dan zorg ik dat ik concreet ben en hij ermee uit de voeten kan.”
Van der Vijver: “Is iets feitelijk onjuist of heb ik jurisprudentie gemist, dan wil ik dat horen. Daar leer ik van. Daarentegen kan ik weinig met de opmerking ‘ik zou het zelf anders formuleren’, terwijl de strekking hetzelfde is. Gelukkig komt Maartje daar niet mee.”
Schaap: “Rick kan als een ChatGPT in levenden lijve iets uiteenzetten. Knap hoe snel hij vanuit het niets de crux haalt uit een omvangrijke en vrij complexe zaak! Hij schrijft heel to the point. Ik schrijf zoals ik spreek: bombastisch en véél. Ik leer van zijn manier van schrijven.
In ons vak gaat een groot deel verbaal. Als ik een pleitnota voorlees, val ik niet op. Ik word echter een andere advocaat als ik face to face een statement maak en pauzeer om punten te benadrukken. Ik ben de beste strafpleiter zonder papier.”
Verbaal sterk.
Van der Vijver: “Ja! Heel leerzaam dat ze heel eigen stijl heeft. Maartje heeft een houding van ‘us against the world’ en is superkritisch. Schrijft het OM iets wat haar niet bevalt, dan gaat ze er met een gestrekt been in. Waarschijnlijk vindt ze dat ik feller mag zijn.”
Schaap: “Welnee! Felheid is geen doel op zich. Het zit gewoon niet in mij om te berusten in een situatie. Ik vind: heb je een punt, benoem dat dan en kom in actie. Blijft een reactie van het OM uit, dan kun je twee keer een herinnering mailen. Maar daarna moet je iets anders doen.”
Zoals?
Schaap: “In een telefoongesprek of brief aangeven wat je hebt geprobeerd om antwoord te krijgen en melden dat je een klacht indient als het wéér stil blijft. De communicatie met het OM verloopt al jaren stroef: officieren zijn onbereikbaar, stukken raken zoek. Heel frustrerend omdat wij voor ons werk afhankelijk zijn van hun informatie.
Vorig jaar heb ik een afspraak gemaakt met de nieuwe hoofdofficier van justitie, onder meer om te praten over de communicatie. Geen enkele andere strafadvocaat was op dat idee gekomen. Ik denk dat die kritische houding en actiebereidheid ons onderscheidt van andere kantoren.
Ik merk dat Rick zich steeds vaker opwindt over de gang van zaken bij het OM. Eerst was hij terughoudender, maar in korte tijd is hij geaccelereerd van 0 naar 300; hij heeft zoveel zaken voorbij zien komen dat hij kritischer is geworden en zijn commentaar sneller benoemt. Een goede ontwikkeling! Verwonder je je, dan komen de vragen. Verbaas je je nergens meer over, dan moet je stoppen.”
Van der Vijver: “Het strafproces heeft veel impact op cliënten. Door Maartje realiseer ik me nog meer hoe zij mijn rol zien. Tegelijkertijd bewaak ik mijn grenzen.”
Schaap: “Waar jouw grens ligt, blijkt pas als je dat punt hebt bereikt. Ervaring is de beste leerschool. Ik begeleid Rick zo goed mogelijk, maar kan niet alle obstakels wegvegen. In strafzaken stuit je altijd op onverwachte dingen.
Ik ben géén curling ouder, hoewel hij wel een beetje voelt als mijn kind. Ik waak over zijn geestelijke welzijn en dat van de andere twee advocaat-stagiairs. Geregeld drinken Rick en ik koffie om bij te praten – los van het juridische.”
Van der Vijver: “Onlangs lunchte ik met de Thaise kippensoep die Maartje voor me had meegenomen. We gaan amicaal met elkaar om. Zit er iets niet goed, dan spreken we het uit. We zijn allebei recht voor zijn raap, maar zij is rechter voor zijn raap dan ik. Ik vind het bijzonder hoe ze met cliënten omgaat.”
Want?
Van der Vijver: “Maartje is toegankelijk en amicaal, maar staat desondanks boven haar cliënten. Sommigen begroeten haar alsof ze bij hun beste makker langskomen. Bij TRIP is de omgang formeler; de clientèle is anders.” Qua kleding vind ik het soms lastig.”
Schaap: “Als we pakken zouden dragen, zouden cliënten vragen of we een crematie hebben.”
Van der Vijver: “Ik draag meestal een spijkerbroek en trui, maar soms een pak. Je wil uitstralen dat je een advocaat bent, dus al te informeel kan niet. Tegelijkertijd wil ik toegankelijk overkomen bij cliënten. Wat is de juiste balans?”
Schaap: “Ik ben geen kledingexpert. Ik ben altijd wat excentriek geweest. Gekleurde nagels, een toga met vanbinnen een panterprint. Net een Tokkie, volgens sommige advocaten.”
Van der Vijver: “Ik ben blij met mijn overstap. Ik heb in korte tijd al veel geleerd en er komt nog méér: piketdiensten, meervoudige kamer-procedures. Bij voetbal ben ik jeugdtrainer geweest. Nu mag het nog niet, maar na mijn stage wil ik minderjarigen bijstaan en het verschil voor ze maken.”
Schaap: “Zo lang ik me nog verbaas en kritisch ben, blijf ik strafpleiter. Lachend: “Als ik stop, open ik een kapsalon.”





