In dit opiniestuk waarschuwt notaris mr. Geert Janssen (MAES notarissen) voor een overhaaste afschaffing van de papieren schenking. De constructie staat politiek onder vuur, maar is geen fiscale truc: er gelden strikte regels, er zijn reële kosten, en er is vaak een legitieme reden. Janssen pleit voor een gerichte aanpak van misbruik in plaats van een generiek verbod dat prudente vermogensplanning treft.
De papieren schenking ligt dit jaar vol in het politieke licht. In de Voorjaarsnota 2026 is zij voor het eerst opgenomen op de lijst met opmerkelijke belastingconstructies. De reden is dat volgens Financiën de constructie de grondslag van de erfbelasting uithollen, onder meer doordat vermogen al tijdens leven verschuift en tegelijk progressievoordeel kan worden benut in de schenk- en erfbelasting. In het FD wordt gesproken over een geraamde budgettaire derving van circa €275 miljoen in 2026.
Legitiem instrument, geen gratis geld
Moet de papieren schenking dan maar verdwijnen? Dat is het kind met het badwater weggooien. Een papieren schenking is immers niet per definitie dubieus maar een legitiem instrument voor mensen die wel vermogen hebben, maar dat niet liquide beschikbaar hebben. Denk aan vermogen in een woning, effectenportefeuille of onderneming. Wel stelt de wetgever er strikte voorwaarden aan: een notariële akte is verplicht en de jaarlijkse rente van 6% moet ook echt worden betaald; anders kan het fiscale effect verloren gaan.
In het publieke debat lijkt het nog wel eens alsof de papieren schenking enkel een fiscale truc is. Een papieren schenking is geen gratis geld: de begiftigde krijgt een vordering in box 3, de schenker moet rente betalen, de notariële vastlegging kost geld, en de constructie kan doorwerken in toeslagen of andere financiële posities. Bovendien kan de schenker het vermogen later zelf toch nog nodig hebben. Dat zijn reële remmen op lichtvaardig gebruik.
Die terughoudende toon zien we ook bij de KNB. De beroepsorganisatie schetst geen beeld van jubelende fiscalisering, maar van notarissen die juist worstelen met de praktische en fiscale onzekerheid rond papieren schenkingen, vooral door box 3. In dat licht is het veelzeggend dat notarissen niet pleiten voor grenzeloze verruiming, maar vooral voor duidelijkheid en werkbaarheid. Dat past bij hun bredere houding: juridisch mogelijk, soms nuttig, maar alleen als het echt past bij de familie- en vermogenssituatie van cliënten.
Wat wil de politiek precies bestrijden?
Wat wil de politiek precies bestrijden? Als het doel is om puur fiscaal gedreven stapeling van voordeel tegen te gaan, dan is dat verdedigbaar. In Kamerstukken is ook expliciet gezegd dat schenken op papier onwenselijk wordt gevonden als er uitsluitend een fiscaal motief aan ten grondslag ligt. Maar zelfs de politiek erkent tegelijk het probleem: een goed onderscheid maken tussen zuiver fiscale gevallen en gewone vermogensplanning is lastig. Juist daarom is een algehele afschaffing zo’n bot instrument. Dat raakt niet alleen het oneigenlijke gebruik, maar ook families die op een prudente manier vermogen willen overdragen zonder direct liquiditeiten vrij te maken.
Alternatieven
Er zijn betere alternatieven denkbaar. Een eerste route is het verkleinen van het rentevoordeel, bijvoorbeeld door de verplichte rente niet langer star op 6% te houden maar meer te laten aansluiten bij een actuele normrente. Dat idee ligt politiek al op tafel in de vorm van een mogelijke verlaging naar 3%. Zo’n ingreep pakt gericht een deel van het voordeel aan, zonder het instrument zelf onmogelijk te maken voor situaties waarin liquiditeit het echte probleem is.
Een tweede, waarschijnlijk effectievere route is om vooral het progressievoordeel te beperken in plaats van de hele figuur af te schaffen. Bijvoorbeeld door voor papieren schenkingen bij latere uitbetaling of overlijden niet automatisch alle eerder opgebouwde schijvenvoordelen te honoreren, of door boven een bepaalde omvang aanvullende voorwaarden te stellen. Dan richt de wetgever zich op het punt waar de fiscale optimalisatie echt zit, zonder ook kleinere en gewone familiesituaties van tafel te vegen. Dat is geen weglekken van beleid, maar preciezer wetgeven. Die gedachte ligt ook besloten in de varianten die in het aangeleverde document worden genoemd.
Een derde alternatief is strenger handhaven op wat nu al geldt. Het notariaat benadrukt immers niet voor niets dat de rente daadwerkelijk betaald moet worden en dat de akte notarieel moet zijn vastgelegd. Als de politieke zorg vooral is dat de papieren schenking in de praktijk als fiscale sluiproute wordt gebruikt, dan ligt het voor de hand om controle op rente, documentatie en box 3-verwerking te intensiveren. Wie zich niet aan de spelregels houdt, verliest het voordeel al. Voor misbruik is dus niet per se nieuwe afschaffingswetgeving nodig; consequente handhaving kan al veel doen.





