De Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) kijkt terug op een uitzonderlijk jaar met een sterke toename van beroepszaken en een recordaantal adviezen. Het jaarverslag 2025 laat zien hoe de organisatie onder druk bleef functioneren en invloed uitoefende op beleid en praktijk.
De RSJ spreekt in zijn jaarverslag over 2025 van een “recordjaar, tegen wil en dank”. De instroom van beroepszaken steeg met maar liefst 25 procent tot ongekende hoogte. In totaal werden 8.168 zaken ontvangen, een stijging van bijna 1.100 zaken ten opzichte van 2024. Tegelijkertijd nam ook de productie toe, maar minder snel dan de instroom, waardoor de werkvoorraad opliep tot bijna 3.500 zaken eind 2025.
Toename druk op rechtspraak
De stijging hangt deels samen met nieuwe en strengere regelingen, zoals de uitbreiding van bevoegdheden om communicatie van gedetineerden te beperken. Tegen dergelijke besluiten staat beroep open bij de RSJ, wat tot extra procedures leidt.
Hoewel de organisatie investeerde in uitbreiding van capaciteit, werd dit bemoeilijkt door personeelsverloop. Efficiencymaatregelen zorgden nog voor een productiestijging van bijna 13 procent, maar verdere groei lijkt zonder extra capaciteit niet haalbaar.
Opvallend is dat ondanks de toegenomen druk de behandeling van spoedeisende zaken relatief snel bleef: schorsingsverzoeken werden gemiddeld binnen 2,6 dagen afgehandeld.
Recordaantal adviezen en zichtbare impact
Naast de rechtsprekende taak bracht de RSJ in 2025 zeventien adviezen uit, zowel op verzoek als op eigen initiatief. Deze adviezen bestrijken uiteenlopende onderwerpen, zoals jeugdstrafrecht, detentieomstandigheden en rechtsbescherming.
De doorwerking van deze adviezen is zichtbaar in beleid en praktijk. Zo leidde een advies over stemrecht voor ingesloten justitiabelen tot een pilot met een mobiel stembureau in een penitentiaire inrichting. Ook adviezen over de positie van vrouwelijke gedetineerden resulteerden in beleidsreacties en een herbezinning op detentiebeleid.
Daarnaast zette de RSJ sterk in op kennisuitwisseling met het werkveld, onder meer via werkbezoeken, conferenties en themabijeenkomsten. Dit onderstreept de rol van de organisatie als schakel tussen beleid, uitvoering en rechtspraak.







