Sjoerd Pals maakte een keuze die weinigen hem na zouden doen: hij pakte zijn koffers en vertrok naar een land in oorlog. Samen met Stichting Protect Ukraine ging hij naar Oekraïne om mensen te helpen die geraakt zijn door de oorlog. In dit artikel verteld Sjoerd over zijn ervaringen.
Tijdens mijn eerste nacht in Oekraïne liep ik met een kussen onder mijn arm naar de schuilkelder. Die nacht, eind-maart, voerde Rusland de grootste luchtaanval uit sinds het begin van de oorlog: 943 drones en 23 raketten werden het Oekraïense luchtruim ingeschoten.
Mijn reis naar Oekraïne begon een jaar eerder op de pont naar Terschelling. Daar ontmoette ik schrijver en ambassadeur van Stichting Protect Ukraine, Tommy Wieringa. We spraken over de oorlog in Oekraïne en het gevoel van machteloosheid dat het bij mij opriep. Ik vertelde dat ik de Oekraïners wilde helpen, maar niet goed wist hoe. Wieringa zei iets wat bleef hangen: wie iets wil doen, kan altijd iets betekenen voor een ander.
Vanuit die overtuiging ondersteunt Stichting Protect Ukraine het Oekraïense leger met defensieve materialen: helmen, kogelwerende vesten, voertuigen, traumakits, drones, en ja, ook lijkzakken. Daarnaast financiert de stichting innovatieve initiatieven zoals drone-opleidingen, mobiele operatiekamers en gepantserde evacuatie-robots voor gewonden. Stichting Protect Ukraine werkt direct samen met commandanten aan het front, zodat hulp terechtkomt waar die het hardst nodig is.
Reizen naar een land in oorlog
Samen met mijn vriend en collega-advocaat Jim van Tongeren besloot ik in actie te komen. We zamelden geld in voor de aanschaf van een terreinwagen, bedoeld voor inzet aan het front. Een half jaar na mijn ontmoeting op de pont met Wieringa zaten Jim en ik samen in de auto, onderweg naar Lviv.
Na een rit van ruim zestien uur bereikten we met een konvooi van vijf terreinwagens, vijf ambulances en een koelwagen de Pools-Oekraïense grens. Daar werden we geconfronteerd met een kafkaëske bureaucratie. Urenlang werden we van loket naar loket gestuurd voor stempels en documenten. Pas na zeven uur mochten we door.
Die realiteit van de oorlog werd die eerste nacht in Lviv voelbaar. Zelfs militairen zochten die avond de schuilkelders op. Om half vijf ’s ochtends werden Jim en ik gewekt door het luchtalarm en begon het wachten samen met buurtbewoners tot het sein veilig werd gegeven. Gelukkig werden 99 procent van de drones en alle rakketten onderschept door het daadkrachtige Oekraïense leger.
De volgende ochtend bezochten we de erebegraafplaats, waar de gesneuvelde soldaten uit Lviv worden begraven. Jaap Scholten, oprichter van Stichting Protect Ukraine, vertelde mij dat hij de begraafplaats van één langgerekte strook heeft zien uitdijen naar tien, en daarna twintig stroken, net zo lang tot de begraafplaats vol was. Jim en ik raakten de tel kwijt van het aantal leeftijdsgenoten dat daar begraven ligt. Het bezoek liet een wrange mix van gevoelens achter: schaamte dat wij als Europeanen gezamenlijk en individueel
onvoldoende doen om Oekraïne te helpen, en woede over de dramatische gevolgen van een oorlog waar de Oekraïners nooit om hebben gevraagd.
Op de derde dag van de reis reden we van Lviv naar Kyiv. Aangekomen in Kyiv werden we weer begroet door het luchtalarm. Op straat leken de Oekraïners niet meer op te kijken van het geloei van de sirenes. Na vier jaar oorlog is het luchtalarm iets wat bij het dagelijks leven hoort. Wat ons verder opviel, was het straatbeeld. Ondanks de oorlog in het oosten ging het stadsleven door. Winkels en restaurants waren geopend en de tafels werden gevuld door pubers, moeders met kinderen en ouderen. Jonge en volwassen mannen zagen we nauwelijks.
Wie iets wil doen, kan altijd iets betekenen voor een ander
In de gesprekken met Oekraïners hoorden we steeds hetzelfde: de voortdurende steun van organisaties zoals Stichting Protect Ukraine biedt niet alleen praktische hulp, maar vooral ook hoop. Hoop, omdat iedere ambulance, iedere terreinwagen en iedere levering van materieel bevestigt dat Oekraïne er niet alleen voor staat.
De oorlog in Oekraïne lijkt voor velen ver weg, maar de uitkomst ervan raakt ons allemaal. Aan het oostfront wordt niet alleen gevochten voor Oekraïense vrijheid, maar ook voor die van ons. Het konvooi bood mij een zeldzaam inkijkje in het leven in een land in oorlog. Door deze reis weet ik hoe hard de Oekraïne onze steun nodig heeft en heb ik ingezien dat je niet machteloos hoeft toe te kijken.
Het is voor iedereen mogelijk om iets bij te dragen. Dat kan in de vorm van donaties, maar ook door het beschikbaar stellen van voertuigen zoals terreinwagens. Het zijn juist deze concrete middelen en de boodschap die hiervan uitgaat die aan het front het verschil maken en levens redden.
Ga naar de website van Stichting Protect Ukraine om te kijken hoe ook u Oekraine kan helpen: www.protectukraine.nl








